Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Kroniek over de periode 1945-1970 in de maak

Neergang vleetvisserij onafwendbaar

SCHEVENINGEN – Vorige maand was het 50 jaar geleden dat de traditionele vleetvisserij vanuit Scheveningen voorgoed werd beëindigd. Scheveningers Bert van der Toorn en Nico Mos werken aan een boek over deze vorm van haringvisserij in de periode 1945-1970. Een inleiding.

De vleetvisserij, waarbij de haring werd gevangen in lange staande netten, was een al eeuwenoud fenomeen toen de neergang kort na de Tweede Wereldoorlog aan de hele Hollandse kust onafwendbaar inzette. Andere manieren om haring te vangen waren in opkomst, zoals de haringvisserij met de trawl, zoals dat nu nog steeds gebeurt.

De schepen die gebruikt werden voor de vleetvisserij, (vleet)loggers genoemd, waren ook stokoud. De meeste van deze loggers waren in het begin van de twintigste eeuw gebouwd als zeillogger, en later van een klein motortje voorzien. Een groot aantal daarvan werd in de jaren twintig en dertig nog verlengd en weer later met een wat sterkere motor uitgerust. Maar liefst negentig procent van de casco's van de Scheveningse loggervloot was in 1951 al ouder dan 30 jaar. Mondjesmaat werd er aan nieuwbouw gedaan. Eind veertiger en begin vijftiger jaren kwamen enkele nieuwe schepen in de vaart die niet alleen de trawlvisserij maar ook de vleetvisserij konden uitoefenden.

Evengoed ging het toch bergafwaarts met de belangstelling voor de arbeidsintensieve vleetvisserij. De vaste regel 'vader vaart, dus de zoon ook' werd verleden tijd. Wie een kans kreeg op een walbaantje in het Haagse, greep die aan. De in 1961 ingevoerde vrije zaterdag aan de wal werkte dit extra in de hand. Zo haakten er honderden vissers af, en was er nauwelijks aanwas.

De reders zagen in dat er voor de oude vleetloggers geen bemanning meer te vinden was. Scheveningen hield het van alle vissersplaatsen het langste vol. In 1961 gingen nog 70 loggers ter haringvleetvisserij, maar het jaar daarop nog slechts veertig. Tien vleetloggers waren afgevoerd voor de sloop, terwijl er twintig in diverse hoeken van de Scheveningse haven lagen weg te roesten. En die dalende lijn zou zich doorzetten.

In de haringtrawlvisserij ging de ontwikkeling juist de goede kant op. De ene na de andere nieuwe trawler liep van de helling. Schepen met een goede accommodatie en voorzien van 1.000 pk sterke motoren maakten toen de dienst uit.

Toen ging het heel snel. Nadat IJmuiden, Vlaardingen en Katwijk al in respectievelijk 1959, 1964 en 1965 Scheveningen waren voorgegaan, viel in 1969 het doek voor de eeuwenoude vleetvisserij ook in Scheveningen. Vertrokken er in 1968 nog negen vleetloggers naar de haringgronden, een jaar later in 1969, dus 50 jaar geleden, resteerde er nog slechts een viertal.

Gok

Eind mei 1969 vertrokken de loggers SCH 4 'Elisabeth', SCH 195 'Jac. den Dulk Wzn' en SCH 324 'Morgenster' nog hoopvol met de vleet naar zee. In de eerste week van juni werd ook nog de SCH 40 'Castor' van stal gehaald en eveneens ingezet voor de vleetvisserij. Van ruime vangsten bleek echter al snel geen sprake te zijn, zodat de SCH 40 begin augustus afhaakte en voor de hengelsportvisserij werd ingezet.

Voor de overige drie loggers trad nog enige verbetering in de vangsten op, maar het bleef onvoldoende, zodat in september de SCH 4 voor een vracht koopharing naar Ierland werd gestuurd. Al snel volgden de SCH 195 en de 324, die eveneens volgeladen met koopharing uit Ierse en Schotse havens naar Scheveningen terugkeerden. De SCH 4 bleef dit zogenoemde vrachtvaren voor de rest van het jaar uitoefenen. De SCH 195 bleef in de buurt, maar vertrok eind oktober naar IJmuiden voor de hengelsportvisserij.

De SCH 324 echter werd op 22 oktober toch weer uitgerust voor de vleetvisserij en ingezet voor de dikwijls zo succesvolle 'Engelse wal-visserij'. Die gok bleek goed, en de SCH 324 voerde in circa twee weken tijd nog bijna 700 kantjes haring aan. Een andere rederij haalde ijlings zijn verhuurde hengelsportvisser SCH 236 'Noordster' uit IJmuiden terug om deze uit te kunnen rusten voor de vleetvisserij, om zodoende nog een graantje te kunnen meepikken. Het is er niet van gekomen. Door veel slecht weer kon er in de weken daarna nog nauwelijks worden gevist. Hiermee was een einde gekomen aan de eeuwenoude vleetvisserij. Definitief.

Gedenkwaardig

De SCH 324 werd op 25 november weer opnieuw voor het vrachtvaren ingezet. Op eerste kerstdag kwam de laatste vleetlogger terug naar Scheveningen en beëindigde het deze gedenkwaardige teelt.


Foto's welkom

Bert van der Toorn en Nico Mos willen in een 'kroniek' de vleetvisserij vanuit Scheveningen van 1945 tot 1970 in woord en beeld brengen. In hun boek willen ze droge cijfers, grafieken en tabellen zoveel mogelijk vermijden. Spraakmakende gebeurtenissen op de loggervloot komen echter uitgebreid aan bod.

Ook wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om zo veel mogelijk schippers uit die periode in beeld te brengen. Daarom zijn duidelijke foto's van schippers uit die jaren nog altijd welkom, net als duidelijke bemanningsfoto's. Verder wordt er veel aandacht besteed aan de talrijke vlootmutaties van de tientallen jaren oude loggers, waarbij tevens de geschiedenis van de diverse Scheveningse rederijen wordt verduidelijkt.

Het boek zal in de loop van 2020 verschijnen.