Wilt u een abonnement afsluiten, nieuws doorgeven, een advertentie plaatsen of online adverteren in Visserijnieuws? Klik dan hier.
Wageningen Marine Research Regiocentrum Yerseke

Ziektevrije platte oesters voor restauratieprojecten

In het Regiocentrum Yerseke van Wageningen Marine Research werken onderzoekers en de schelpdier- en visserijsector samen aan kennis en innovaties voor duurzaam gebruik van de Delta, kustwateren en de zee: kennis van en voor de regio Zeeland. In het voorjaar van 2019 werd daarover een nieuw convenant gesloten tussen het bedrijfsleven, regionale overheden en Wageningen University & Research.

Het werk beslaat een scala aan onderwerpen, zoals het verbeteren van het kweekrendement van mosselen, overlevingsonderzoek van platvis, off-bottom kweek van oesters, schelpdiersurveys, onderzoek naar biotoxines en effecten van zandsuppleties op natuurwaarden en (schelpdier)visserij. Deze column zet periodiek een activiteit van het Regiocentrum in de schijnwerpers. Deze keer productie van ziektevrije platte oesters voor restauratieprojecten.

Figuur 2. Pim van Dalen (links) en Ainhoa Blanco (rechts) bemonsteren oesters voor Bonamia screening.Figuur 2. Pim van Dalen (links) en Ainhoa Blanco (rechts) bemonsteren oesters voor Bonamia screening.

YERSEKE - De platte oester (Ostrea edulis) was een algemeen voorkomende soort in de Noordzee, tot het einde van de 19de eeuw. Door allerlei oorzaken verminderde de populatie in de Noordzee snel; vanaf het begin van de 20ste eeuw komt de platte oester nog maar sporadisch voor. Platte oesterbedden zijn een bedreigde soort en habitat geworden (OSPAR, EU: habitatrichtlijn, biogene riffen, rode lijst van soorten en habitats). Oesterriffen (en ook mosselbanken) worden van groot belang geacht voor een gezond, rijk onderwaterleven. Herstel van dit harde substraat in een zandige omgeving is een speerpunt in het overheidsbeleid geworden. Met het oog op biodiversiteit, regulering van waterkwaliteit en verhoging van de visproductie wordt gewerkt aan restauratie van oesterbedden. Omdat platte oesters niet langer in grote hoeveelheden voorkomen in de Noordzee, zijn restauratieprojecten tot nu toe afhankelijk van aanvoer van oesters van elders.

Bonamia is een ziekteverwekker waar platte oesters aan doodgaan. Het is een parasiet die in het weefsel van de oester leeft (Figuur 1). Momenteel is onduidelijk of Bonamia op de Noordzee voorkomt. Daarom is het raadzaam om voor restauratieprojecten Bonamia-vrije oesters te gebruiken, zodat Bonamia niet wordt geïntroduceerd. Zowel volwassen oesters als larven kunnen met Bonamia geïnfecteerd zijn, maar niet alle oesters in een besmet gebied zijn geïnfecteerd. Dit geeft mogelijkheden voor het produceren van Bonamia-vrije platte oesters. Door te werken met ouderdieren uit een besmet gebied bestaat tevens de mogelijkheid om Bonamia-vrije dieren te kweken die resistent zijn voor de ziekte. De oesters hebben immers al langere tijd overleefd in een besmet gebied.

In een door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gefinancierd project is door Wageningen Marine Research, Wageningen Bioveterinary Research en de hatchery van Roem van Yerseke aangetoond dat het mogelijk is om Bonamia-vrije larven uit een Bonamia-geïnfecteerde populatie te verkrijgen. Een groep platte oesters uit de Oosterschelde (broedstock) is gescreend op de aanwezigheid van Bonamia. Hiertoe is een niet-destructieve monstermethode ontwikkeld waarmee de oesters in leven bleven (Figuur 2).

Figuur 1. Microscopisch beeld van Bonamia parasiet (kleine donkerblauwe bolletjes) in oesterweefsel.Figuur 1. Microscopisch beeld van Bonamia parasiet (kleine donkerblauwe bolletjes) in oesterweefsel.

De gescreende ouderdieren zijn opgesplitst in een Bonamia-vrije groep en een Bonamia-geïnfecteerde groep. De Bonamia-vrije dieren zijn naar een Bonamia-vrij deel van de hatchery van Roem van Yerseke gebracht en de Bonamia-besmette dieren zijn in de klimaatkamer van Wageningen Marine Research gehuisvest. Beide groepen oesters zijn geconditioneerd voor de productie van larven. De geproduceerde larven uit beide groepen zijn getest op Bonamia. De Bonamia-geïnfecteerde ouderdieren produceerden zowel besmette als onbesmette larven, terwijl de Bonamia-vrije ouderdieren alleen Bonamia-vrije larven produceerden.

Onderzoekers van de Koninklijke Universiteit van Santiago de Compostela (Spanje) hebben een methode ontwikkeld om met behulp van markeergenen te onderzoeken of een populatie platte oesters resistent is voor Bonamia. Deze methode wordt dit jaar toegepast op de Bonamia-vrije oesters, zodat duidelijk wordt of ze wel of niet bestand zijn tegen de ziekte. Ter vergelijking wordt broed van platte oesters uit Bonamia-vrije gebieden getest. Hiertoe zijn platte oesters uit Noorwegen beschikbaar in de hatchery van Roem van Yerseke en broed van platte oesters uit de Waddenzee bij het NIOZ op Texel.

Als de gescreende Oosterschelde-broedstock de resistentiegenen heeft, kunnen Bonamia-vrije en tevens Bonamia-tolerante oesters worden geproduceerd. Deze oesters zijn geschikt voor restauratieprojecten, omdat ze de ziekte niet verspreiden maar zelf overleven mocht de ziekte het gebied toch bereiken. Dat laatste geldt mogelijk niet voor Bonamia-vrije oesters die zijn geproduceerd met ouderdieren uit een Bonamia-vrij gebied. Die dieren zouden juist extra gevoelig voor de ziekte kunnen zijn, omdat ze er niet eerder aan zijn blootgesteld. Om dit te testen worden Texelse broedjes en Yerseke broedjes blootgesteld aan Bonamia. De mate van besmetting zegt iets over het mogelijke verschil tussen deze twee groepen in gevoeligheid voor Bonamia.

Meer informatie is te vinden op: https://www.wur.nl/nl/artikel/Herstel-van-platteoesterbanken-in-de-Noordzee-en-Waddenzee.htm

Pauline Kamermans

(0317-487032)

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Wageningen university & researchWageningen university & research