Op Oosterschelde met subsidie VIP
|
Oesterexperimenten in gang |
|
dinsdag, 20 juli 2010 |
|
In totaal 2,5 hectare wateroppervlakte is beschikbaar gesteld om te experimenteren met oesterkweek los van de bodem.
YERSEKE - De eerste tien vlotten met kleine platte zaaioesters uit de hatchery van Roem van Yerseke drijven in de Oosterschelde. En de eerste vijf sta-tafels, gevuld met lege mosselschelpen om oesterlarfjes in te vangen, staan op de bodem van de Oosterschelde. Het ministerie van LNV heeft vergunning verleend om de eerstkomende twee jaar op 2,5 hectare proeven te doen.
Ruim twintig journalisten en sectorgenoten waren vorige week vrijdag aanwezig bij de start van een proef op de Bergsebank. In tropische omstandigheden knoopten voorzitter Cees van Liere van de Nederlandse Oestervereniging en Kees Taal van het LEI (projectleider Kenniskring Oesterkweek) de eerste vlotten aan een blauwe lijn. Vervolgens werden nog (tijdens hoogwater) een handvol sta-tafels afgezonken naar de laagwaterlijn op de Bergsebank. De officiële start vond plaats op de oesterkotter YE 155 van schipper Maurice Boone en Markus Wijkhuis, met behulp van de bijboot YE 126.
Beleidsmedewerker van de provincie Zeeland Jaap Broodman (links) en schipperszoon Jean Dhooge assisteerden bij het overboord zetten van de met schelpen gevulde sta-tafels, zogeheten oesterbroed-invanginstallaties (OBI’s)
Voorafgaand aan de tewaterlating gaf Van Liere op de zonovergoten voorplecht een toelichting op de experimenten die de leden van de kenniskring in de afgelopen anderhalf jaar hebben voorgesteld. Gestimuleerd met 349.000 euro via het Visserij Innovatie Platform worden de eerstkomende twee jaar vier verschillende alternatieve kweeksystemen uitgetest.
Met behulp van de offbottomsystemen streven de Zeeuwse oesterkwekers naar een snellere groeicylus (3 à 4 jaar in plaats van 5 tot 6 jaar) en een beter vleesgehalte. Dat is volgens Van Liere hard nodig, omdat de kwaliteit van de creusen de laatste jaren achterblijft. Het een en ander houdt verband met het lagere voedselaanbod in de kom van de Oosterschelde. Vandaar dat de kwekers blij zijn dat het voorstel om zoet water op de Oosterschelde te lozen dit voorjaar mondjesmaat in gang is gezet. Uitbreiding van dit zogenaamde ‘natuurlijk sluisbeheer’ biedt (met verdere medewerking van het Wereldnatuurfonds, de Zeeuwse Milieufederatie en Rijkswaterstaat) in zijn visie veelbelovende kansen om de concurrentie met Frankrijk aan te kunnen.
Cees van Liere (Nederlandse Oestervereniging) en Kees Taal (Kenniskring Oesterkweek) tonen de mand met vlotten voor de tewaterlating.
Momenteel worden jaarlijks 30 miljoen stuks creusen geproduceerd, tegen (gemiddeld) slechts 800.000 platte Zeeuwse. Ongeveer 60 procent wordt naar België geëxporteerd. Een in opdracht van de Kenniskring lopend marktonderzoek moet uitwijzen of er nieuwe afzetkansen zijn in met name Nederland, het Rührgebied en in Rusland. Eind september wordt de uitslag van dit onderzoek verwacht.
|
| |