|
DEN HELDER – Vaarbevoegdheidsbewijzen, medische keuringen, monsterboekjes en vaartijd zijn primair de verantwoordelijkheid van de reder of de schipper-eigenaar. Tijdens controles op zee blijken deze noodzakelijke documenten niet altijd op orde te zijn. Dat leidt tot bekeuringen en zelfs tot het van zee sturen van het schip. De meeste onvolkomenheden zijn naar het oordeel van brigadier Pieter Beer van de waterpolitie onnodig. Beer wil daarom enkele punten onder de aandacht brengen zodat de kans op een bekeuring of dat het schip van zee wordt gestuurd wat kleiner wordt.
Wettelijk is geregeld dat de reder of de schipper-eigenaar van elk bemanningslid controleert of deze in het bezit is van vereiste documenten. Tevens dient hij bij te houden wanneer de documenten zijn verlopen. Hij dient er ook voor te zorgen dat er voor elk bemanningslid op tijd een nieuw document wordt aangevraagd of dat het bemanningslid opnieuw wordt gekeurd. Daarom is het ook de reder of schipper-eigenaar die de bekeuring krijgt als daar aanleiding toe is.
Vaarbevoegdheidsbewijzen Na vijf jaar verloopt de geldigheid van het vaarbevoegdheidsbewijs, en moet het weer verlengd laten worden voor opnieuw vijf jaar. De politie komt nu de eerste vaarbevoegdheidsbewijzen tegen die ouder zijn dan vijf jaar.
Een vaarbevoegdheidsbewijs is alleen geldig als daar ook een geldige medische verklaring bij is. Als de medische keuring is verlopen wordt dat gezien als het niet hebben van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. Dit kan een reden zijn om een schip naar een haven te sturen.
Medische keuringen Medische keuringen zijn twee jaar geldig. Ze bestaan uit een keuring algemeen en een ogen- en gehoortest. Iedereen aan boord is minimaal goedgekeurd voor medisch algemeen. Iemand die de wacht loopt op de brug of in de machinekamer dient tevens goedgekeurd te zijn voor zijn ogen en oren. Er mag één opvarende aan boord zijn die alleen maar medisch algemeen is goedgekeurd, die hoeft dus niet goedgekeurd te zijn voor ogen of oren. Het spreekt voor zich dat diegene dan ook geen wacht mag lopen. Maar als kok en aan dek kan hij prima dienst doen. Let op: dit staat op het bemanningscertificaat. Als het er niet expliciet opstaat, is het dus ook niet van toepassing. Als je bijvoorbeeld met twee man vaart dan moeten alle twee volledig gekeurd zijn.
Monsterboekje De wet schrijft voor dat elk bemanningslid is voorzien van een geldig monsterboekje. Iemand die aan boord is zonder geldig monsterboekje is dus GEEN bemanningslid maar passagier. Het kan dus voorkomen dat er wel voldoende mensen aan boord zijn, maar als er een of meerdere niet in het bezit zijn van een geldig Nederlands monsterboekje wordt dat gezien als onderbemand varen. Let op: aan boord van Nederlandse schepen moet een ieder in het bezit zijn van een geldig Nederlands monsterboekje, deze is tien jaar geldig. Het is voor de controle-instanties het handigste als de schipper van alle opvarenden de monsterboekjes heeft. Als dan ook nog de vaarbevoegdheidsbewijzen en de keuringspapieren achter in het monsterboekjes zitten, versnelt het de controle en zijn de controleambtenaren ook zo weer van boord.
Vaartijd In het monsterboekje dient tevens de vaartijd van een bemanningslid te worden bijgehouden. De visserij is jarenlang vrijgesteld geweest van de monsterplicht. Daardoor is men niet gewend om dit in het monsterboekje in te vullen. Maar sinds 2002, toen de nieuwe wet betreffende de bemanningen van kracht werd, is deze vrijstelling komen te vervallen. De schipper dient van elk bemanningslid het monsterboekje in te vullen. Op zich werkt het heel simpel.
In het monsterboekje (Nederlands, lichtblauw van kleur) begin je op pagina 5 en 6. Hier zie je zeven kolommen. In kolom 1 vul je de naam van de rederij of van de firma in (zoals het staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel). In kolom 2: de vorm van de overeenkomst. In de visserij is dat meestal maatschap onbepaalde tijd. Dit kan je afkorten als Mtsch. Onb. Tijd. Als je een stageloper aan boord hebt, kan je daar invullen: stage, met daar achter de tijd dat hij meegaat, bijvoorbeeld: stage 3 maanden. Kolom 3: daar komt de datum waarop het bemanningslid in dienst kwam (zie maatschapcontract). Kolom 4: achternaam en voorletter(s) van de schipper. Kolom 5: de handtekening van de schipper. De kolommen 6 en 7 laat je leeg, pas als het bemanningslid afmonstert worden deze kolommen ingevuld. Dan komt er in kolom 6 de datum waarop het bemanningslid van boord gaat en in kolom 7 de handtekening van de schipper waaronder hij afmonstert, dat kan een andere zijn dan de schipper waarbij is aangemonsterd. Als bladzijde 5 en 6 vol zijn, ga je verder op blz. 7 en 8.
Vervolgens moet je ook nog blz. 9 en 10 invullen. Hier zie je negen kolommen. In kolom 1: de datum waarop het bemanningslid aan boord is gekomen (zie maatschapcontract). Kolom 2 kan je open laten. In de koopvaardij wordt van elk bemanningslid een apart formulier opgemaakt dat naar Scheepvaartinspectie wordt gezonden. Dat formulier heeft een nummer dat daar moet worden ingevuld. In de visserij hoeft dat niet. In kolom 3 komt de naam van het schip, mag ook het visserijnummer zijn. Kolom 4 is heel belangrijk. Hier komt de functie waarin het bemanningslid vaart. Dat kan zijn: Schipper, Plaatsvervangend Schipper (Plv. Schipper), Werktuigkundige (WTK), Stuurman/Werktuigkundige (Stm./Wtk), Stuurman, Gezel of Stagiair. Let er wel op dat als je iemand in een bepaalde functie laat varen dat hij ook daadwerkelijk in het bezit is van een vaarbevoegdheid voor die functie, alleen de Gezel en de stagiair hebben geen vaarbevoegdheid nodig. In kolom 5 komt dan weer de achternaam en voorletter(s) van de schipper en in kolom 6 de handtekening van de schipper. De kolommen 7, 8 en 9 worden pas ingevuld bij afmonstering. De schipper of schipper-eigenaar vult zelf zijn eigen monsterboekje in.
Denk er wel om dat het monsterboekje een authentieke akte is. Als deze niet naar waarheid wordt ingevuld pleegt diegene een misdrijf, ook wel bekend als valsheid in geschrifte. Er mag niet in het monsterboekje worden vermeld hoe het bemanningslid functioneerde. Dus niet vermelden of het een goede knecht is of juist niet.
De vaartijd heb je nodig als je je vaarbevoegdheid moet aanvragen of verlengen. Dan hoef je niet meer verklaringen te halen bij verschillende schippers waar je gevaren heb. Een kopie van deze pagina’s uit het monsterboekje met je aanvraag meezenden moet dan volstaan. Bij de aanvraag tot verlenging van je vaarbevoegdheidsbewijs moet je middels vaartijd kunnen aantonen dat je in de vijf voorliggende jaren tenminste één jaar in de functie hebt gevaren die op je vaarbevoegdheidsbewijs staat. Als je dat niet kan aantonen krijg je wel een nieuw vaarbevoegdheidsbewijs opgestuurd, maar dan in de functie één rang lager. Als je bijvoorbeeld het vaarbevoegdheidsbewijs als schipper had en je kan niet aantonen dat je tenminste één jaar als schipper hebt gevaren wordt je nieuwe maximale bevoegdheid plaatsvervangend schipper.
Voor eventuele vragen tijdens kantooruren, tel.: 0223-658380. P. Beer, KLPD Unit Noordzee
|