Brede visie op duurzame visserij in de Waddenzee
|
Ruimte voor verschuivende Wadvissersvloot |
|
vrijdag, 28 mei 2010 |
|
Gedeputeerde Hollenga.
DEN HAAG/LAUWERSOOG – Flexibelere vergunningen, specialisten en gemengde bedrijven, beroepsvissers die desgewenst een rol spelen in het natuurbeheer. Een Adviescollege Waddenvisserij legt afspraken vast in een visserijbeheerplan. Zie daar een visie voor Wadvissers in de toekomst. Daarvoor wordt het nodig geacht dat Waddenvisserij uit het Europese Visserijbeleid wordt gelicht en regionaal wordt geregeld.
LNV-minister Verburg heeft afgelopen donderdagmorgen de ´Brede visie op duurzame visserij in de Waddenzee´ in ontvangst genomen van de Groninger gedeputeerde Douwe Hollenga. De visie is opgesteld in opdracht van het Regionaal College Waddengebied om ervoor te zorgen dat de Wadvisserij mogelijk blijft: economisch én ecologisch. Vanmiddag vindt een presentatie op Lauwersoog plaats. In de toekomstvisie wordt een beeld voor het jaar 2020 geschetst met veranderingen en concrete actiepunten.
Regisseur Hollenga streeft naar ruimte voor de visserij in het unieke natuurgebied Waddenzee. Het belangrijkste vindt hij dat deze Wadvisserij regionaal geregeld en regionaal ingebed wordt. In Brussel zijn daarover al de eerste opmerkingen vanuit het Europarlement gemaakt. Regionaal beheer biedt mogelijkheden voor een nieuw flexibel systeem van quotabeheer, bijvoorbeeld in de vorm van vangstrechten-pools. Daardoor zouden Wadvissers beter in kunnen spelen op veranderingen in de markt en de visbestanden.
Hollenga begrijpt heel goed de onzekerheden in de visserij, zoals die vorige week ook tot uiting kwamen in Zoutkamp. Hij wil er daarom ook absoluut werk van maken dat vissers zelf in een vroeg stadium worden betrokken in discussies over natuurherstel in de Waddenzee. ,,Vissers willen best rekening houden met ecologie, mits ze zelf mogen meepraten over oplossingen. En als we praten over gebiedssluitingen, dan moet daar ook een termijn aan verbonden zijn.´´ De samenstelling van de Wadvissersvloot zal de komende tien jaar sterk verschuiven. En niet alleen door het verdwijnen van de mosselzaadvisserij ten faveure van mosselzaadinvanginstallaties. Extra gemengde visserijbedrijven en demonstratievissers zullen hun intrede hebben gedaan. Ook van visserijondernemers die als natuurbeheerders deels hun boterham verdienen, net als collega´s in de primaire sector aan de wal. ,,Let wel: als ze dat willen´´, aldus Hollenga. De typeringen van de vissers is niet bedoeld om hen in een hok te dwingen, maar juist om na te denken over een eigen bedrijfsstrategie.
De samenhangende toekomstvisie voor een gewenste Wadvisserij is opgesteld door een klankbordgroep met vertegenwoordigers uit de visserij (Tjeerd Dussel, Pim Visser, Jaap Vegter en Hans van Geesbergen), de Waddenvereniging en beleidsmakers uit Groningen en Den Haag. Die klankbordgroep is mede op verzoek van minister Verburg samengesteld, nadat zij door de Raad voor de Wadden was bekritiseerd dat het LNV-beleid niet leidt tot een duurzame visserij. Opdrachtgever is het Regionaal College Waddengebied, dat de drie Waddenprovincies, de Waddengemeenten, de waterschappen langs de Waddenzee en het Rijk vertegenwoordigt. De door alle betrokkenen zo gewenste flexibilisering in de beroepsvisserij moet leiden tot een diverser aanbod uit de Waddenzee met een gunstiger verhouding tussen onkosten en marktprijs. Vissers moeten bijvoorbeeld door lage garnalenprijzen niet economisch gedwongen worden harder te gaan vissen, maar moeten dan de ruimte en de rechten hebben om over te schakelen. Dus kunnen meebewegen met de markt en/of met wat de natuur in het seizoen te bieden heeft.
De ontwikkeling naar een zogeheten´klimaatneutrale´ visserij met minder brandstofverbruik wordt doorgezet. Hetzelfde geldt voor het transport van Waddenproducten naar de consument. Mosselen moeten straks niet alleen uit (grootschalige) MZI´s komen, maar ook op kleinere schaal door Wadvissers kunnen worden ingevangen en opgekweekt. Deze relatief kleinere hoeveelheden van het streekproduct Waddenmossel worden voor lokale markten geproduceerd. De brede visie wil ook visserijhavens (nog) aantrekkelijker en levendiger maken. Genoemd worden opstapplekken voor toeristen die een kijkje aan boord willen nemen en dagverse vismarkten. Bij het in de markt zetten van Waddenproducten moet kwaliteit boven kwantiteit gaan.
|
| |