Visserijnieuws.nl
Home Nieuws Archief
Abonnement & Advertentietarieven

Ben Daalder neemt afscheid

Stop de verdeeldheid!
vrijdag, 12 februari 2010

Ben Daalder neemt afscheid Ben Daalder neemt afscheid OOSTEREND – ,,Ik heb zo´n ongelooflijke drive voor de kottervloot!´´ Daalder op zijn praatstoel, aan de vooravond van zijn officiële afscheid als voorzitter van de Federatie van Visserijverenigingen. Gepassioneerd, als altijd. Het wordt gelijk het afscheid van de Federatie zelf, waar Daalder eigenlijk vanaf het begin in 1979 voorman van was. ,,Het perspectief is geweldig. Daarom een hartstochtelijke oproep: stop de verdeeldheid.´´

,,Dat de Federatie er is gekomen, is in hoge mate mijn schuld.´´ Stil... Vier voorzitters kende de Federatie in die 31 jaar. Na Jan van den Bos volgde Maarten Schakel en toen kwam Daalder. ,,Maar ik deed voor die tijd ook voor een belangrijk deel het werk.´´ Aan het eind van de hectische jaren tachtig volgde een uitstap naar de Kennemerlandrederij, en de laatste dertien jaar stond Daalder na Klaas Kramer opnieuw aan het roer van de Federatie.

Vorig jaar april werd Daalder 65 jaar. Hij had aangekondigd te willen vertrekken, maar bleef aan in de hoop op een doorbraak in het samen optrekken van Federatie en Vissersbond. Tot zijn grote teleurstelling mocht dat er niet van komen. Tijdens familiebezoek in Amerika werd de knoop doorgehakt. ,,De gezondheid begint ook parten te spelen. Dit jaar ben ik 45 jaar getrouwd met Gery. Het is zeker bijzonder dat ons huwelijk nog bestaat, want de visserij heeft al die jaren op nummer één gestaan. Altijd, maar dan ook altijd ging de visserij voor. Ook in het gezin, ze werden er soms schijtziek van. Maar ik vond dat ik bereikbaar moest zijn. Ik hoop vurig dat het me gegeven wordt om samen met mijn vrouw in alle rust nog wat te kunnen ondernemen.´´

Verstandig
,,We hebben een paar dingen verstandig gedaan´´, blikt Daalder terug. ,,Zo kwam ik al jong in het bestuur van de Vissersbond. Binnen DETV waren alleen de garnalenvissers georganiseerd. De Texelse Noordzeevloot had alleen de CIV, dus geen belangenvereniging. Dat werd begin zeventiger jaren als ongewenst ervaren en zo kwam het voorstel om alle zaken onder de paraplu van DETV te brengen. Daarvoor werd een vergadering belegd met voorstellen ter zake. ´Dat moet anders´, riep ik op die vergadering. ´Als jij denkt dat je het weet doe je het ook maar´, en voor ik het wist was ik in 1971 al voorzitter van DETV. En automatisch werd ik lid van het hoofdbestuur van de Vissersbond namens de afdeling Texel. Met de Vissersbond vergaderden we maandelijks in restaurant Koekebier in Alkmaar. Dat was een begrip. Ik zat daar als veruit de jongste tussen oudere vissers, in veel gevallen nog in  klederdracht en lakense pakken. De discussies gingen over het verdwijnen van de vrije visserij en de quotering. Gerrit Braks – die toen nog kamerlid was en later visserijminister werd – waarschuwde me: ´Let op, straks worden jullie afgerekend op historische vangstrechten!´ Dat heb ik goed onthouden, en ben daarvoor gaan lobbyen om onze positie veilig te stellen. Met de tong zaten we al wel goed, met de schol nog niet. Dus tegen collega-schippers zei ik: we moeten ons best doen. Zoveel te grotere vangst, zoveel te beter, want wij moeten onze positie binnen Europa veilig stellen voor de toekomst. Met die oproep kwam ik in conflict met de conventionele denkers, de gezagsgetrouwen in ons midden die vonden dat we ons moesten neerleggen bij wat van hogerhand werd bepaald. Dat escaleerde. Daar was ik zelf debet aan. Met wijlen Klaas Hoekstra, die toen voorzitter was, heb ik dat later goed uitgesproken. Met respect en waardering denk ik daar aan terug.

Als jonge generatie wensten we ons dus niet neer te leggen bij het beleid van de Europese ministers. Dat zou niet goed komen. Dat werd versterkt door de contacten die we destijds kregen met advocaat Laurent Nouwen uit Rotterdam. Een geweldige vent, die ook nog vice-voorzitter werd van Visserijbelangen op Urk. En Nouwen zei ons ronduit dat de hele gang van zaken rond de komst van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid gebaseerd was op drijfzand. Er was nog geen juridisch kader en geen GVB, dat kwam pas in 1983. We hadden de diepe overtuiging dat we op de manier die ons werd voorgehouden niet meer dan honderd kotters zouden overhouden, zoals ook de befaamde bioloog Joop van de Veen destijds voorspiegelde. Met hart en ziel hebben we ons ingezet om dat te voorkomen. Dat neemt niet weg dat we met de kennis van nu naar mijn mening toen teveel en te grote kotters hebben gebouwd. Tegen staatssecretaris Ad Ploeg hebben we destijds gezegd: zorg ervoor dat 2.000 pk het maximum wordt en de boomlengte niet langer dan 12 meter.  Niet makkelijk voor een liberaal. De Noordzee kon het niet aan, er werd een te grote aanslag op gepleegd. Eerlijk? Ja, ik heb mijn hart wel eens vastgehouden. En nee, dat hebben we niet van de daken afgeschreeuwd. Daarom ben ik ook zo ongelooflijk verrast over de dynamiek van en blij met het herstel op de Noordzee op dit moment.´´

Hij kan er wel een boek over schrijven. Over de recente historie. Maar ondanks zijn afscheid en een logische terugblik zegt Daalder méér gemotiveerd te zijn om zijn visie over en verlangens voor de toekomst weer te geven.    De lijn vanuit het verleden doortrekken. Daarbij hevig met handen en armen gebarend.

,,Met de kottervloot maakten we vanaf de jaren zestig een geweldige omslag mee. De opkomst van de boomkor. Met vallen en opstaan, dat wel. Dat heeft een enorme impact gehad. Walorganisaties werden opgezet. Gooiden we eerst nog de schol uit de poort, met de opkomst van de platvisverwerkingsindustrie veranderde dat radicaal. Een mooi handelsapparaat werd opgezet. Prachtige bedrijfsresultaten werden gehaald. Er werd volop geïnvesteerd. Nieuwbouwgolven waren het resultaat. Als bestuurders dachten we problemen te hebben. Dáchten. Want intussen werd er  wél geld verdiend. In de jaren negentig volgde weer een ingrijpende omslag via de beheergroepen in het co-management van quota. Dat heeft een positieve bijdrage gegeven en rust gecreëerd. Met dank aan mijn voorganger Klaas Kramer, die hier baanbrekend werk voor heeft verricht.

Nu zitten we weer in een volgende omslagfase. Door dalende quota hebben we belangrijk marktaandeel verloren. Visimport is steeds belangrijker aan het worden en lijkt niet te stuiten. De energieprijzen zijn bovendien de pan uitgerezen, waardoor bedrijfsresultaten zwaar onder druk zijn komen te staan. Mede daardoor is er wel sprake van een complete mentaliteitsverandering in de sector. De uitdaging is derhalve: met minder energieverbruik en lagere bedrijfskosten markt heroveren. Het op Urk geboren masterplan voor een nieuw type schip is daarom ook een perfect initiatief. Uiteindelijk zal de economie bepalen welk concept het wordt. Enthousiast ben ik over de denkkracht in kenniskringen. Daar groeit iets, bedenken ondernemers zelf oplossingen. Eigenlijk zou op elke haven een kenniskring Slim Ondernemen moeten komen. Da´s een geweldig positief proces. Ja, ik heb kritiek gehad op het Visserij Innovatie Platform, maar de balans pakt puur positief uit.´´

Dieptepunt
,,Onder druk van de economische situatie is 45 procent van de vloot gesaneerd. Met veel verdriet is dat gepaard gegaan. Ook ik heb als bootjesfreak met pijn in het hart mooie kotters naar de sloop zien gaan. Doodzonde. Maar los van de emotie is het wel goed dat de vangstcapaciteit is afgebouwd. Visbestanden groeien weer. En hoewel we eerst nog wat gereserveerd stonden tegenover langjarige beheerplannen, denk ik dat dit een verstandige keuze is geweest. Het heeft voldoende garanties in zich voor een verstandig visstandbeheer. Want dat kun je niet alleen aan de visserman overlaten. Echt niet. Ik heb de eersten al gehoord die tegen mij zeiden: ´Het gaat omhoog, we kunnen wel weer denken aan voorzichtige uitbreiding.´ Maar, wat heel belangrijk is, en waar we niet omheen kunnen: we zijn ook als kottervloot onderdeel van een maatschappelijke discussie geworden. De Noordzee is niet alleen van de visserman. Wij zijn de maatschappij uitleg verschuldigd, ook hoe wij met de natuur omgaan. Binnen het redelijke althans. Extremen passen daar niet in. Want zonder discards is bijvoorbeeld geen visserij mogelijk. De Noordzee heeft bewezen de platvisvisserij aan te kunnen.

De grootste zorg nu zijn de visprijzen. Wij hebben altijd in de luxe verkeerd van een vraagmarkt. Die is nu weg. We zitten met een zorgelijke prijsontwikkeling van platvis en met name de schol. Om dat te herstellen wordt de belangrijkste opdracht voor de toekomst.

Ik heb verteld over de breuk in 1979, toen we uit de Nederlandse Vissersbond zijn gestapt. Met alles wat in me is heb ik geprobeerd die te herstellen. Wat hebben we allemaal niet uit de kast gehaald aan deskundigen en initiatieven om onze twee kotterorganisatie weer tot één organisatie te laten worden. Keer op keer mislukte het. ´Jij kan niet door één deur met Johan Nooitgedagt´, zeiden ze tegen me. Om geen sta-in-de-weg te zijn heb ik me er tenslotte helemaal buitengehouden. Maar ook een kundig bestuurder als Jaap Hennekey van Delta Zuid is er op stuk gelopen. Terwijl het zo belangrijk is om samen op te trekken om onze platvispositie te handhaven. Dat het zover niet is gekomen, neem ik de leiding van de Nederlandse Vissersbond hoogst kwalijk. Laat dat maar eens gezegd zijn. Daar neem ik geen woord van terug. Wij kunnen ons die onderlinge verdeeldheid niet meer veroorloven. Die verdeeldheid is dodelijk, uitermate schadelijk voor de sector. Dat zit me hoog, en ervaar ik als het dieptepunt in dertig jaar visserijbestuur.

Wij als Federatie hebben goede ervaringen met regionale producentenorganisaties. De lijntjes zijn kort. Wij zijn daarom al lang gestopt met onze Federatievergaderingen. Misschien is dat wel een tactische fout geweest, maar we vonden het profileren van ons niet zo belangrijk. Het ging ons om de visserman. Dat is wat telt. Wij hebben ons sterk gemaakt voor het Kotteroverleg met alle PO´s. Maar dat was echt te vrijblijvend en moest en zou meer body krijgen. Graag hadden en hebben we de Vissersbond daarbij betrokken. Want de belangen zijn immers hetzelfde. Maar Nooitgedagt zei deze samenwerking minder belangrijk te vinden. Hij zei dat wij als Federatie eerst maar eens onze zaakjes op orde moesten brengen. Toen werd ik heel boos... !!! Dat wij het Kotteroverleg zeer serieus hebben genomen is ze kennelijk ontgaan.

De meerderheid van de PO´s in Nederland is er voorstander van om dat wat lokaal/regionaal bestuurd kán worden dit ook lokaal/regionaal te laten, en dat wat nationaal/internationaal móet ook nationaal/internationaal  te doen. Ik begrijp er werkelijk niets van dat de leden van de Vissersbond dit laten gebeuren. Nee, ik sla niet wild om mij heen. Dit is een zorgvuldige analyse. Hier wordt een slechte beurt voor de belangenbehartiging van de kottervisserij gemaakt.

De Federatie-PO´s gaan met PO-Rousant samen door als VisNed. Donderdag 4 februari zijn de lichten op groen gezet. Je kan veel van onze visserijminister Gerda Verburg zeggen. Maar als zij meer  marktwerking en meer samenwerking tussen vissers als speerpunten van haar beleid maakt, dan is dat een verstandige insteek. De kottersector zou er goed aan doen om dat beleid in het grootst mogelijke collectief te ondersteunen.

Producentenorganisaties moeten naar handelsbedrijven toe, en samen moeten ze de boer op. Oog zien te krijgen voor de vissers van dichtbij. Dat heeft VisNed hoog in het vaandel staan nu de quota weer stapsgewijs omhoog gaan. Hier krijg ik een kick van. Dit betekent kansen grijpen. Wat dat betreft zou ik wel weer dertig willen zijn.´´

Kop op het zeetje
Op een feestelijk Urk werd in mei 1980 de eerste jaarvergadering van de nieuwe Federatie van Visserijverenigingen gehouden. De eerste voorzitter was Jan van den Bos, oud-gedeputeerde van Zeeland. Als secretaris was J. Nieuwenhuize benoemd. De Federatie telde volgens het verslag in De Visserijwereld toen 250 schepen, zijnde 47 procent van de toenmalige kottervloot. Volgens de jongste cijfers vertegenwoordigt de Federatie momenteel eveneens 250 schepen. Destijds exclusief, nu inclusief de Wieringer vloot.

Deze maand houdt de Federatie op te bestaan en gaat op in de nieuwe PO-koepel ´VisNed´. Voorzitter wordt Jaap Hennekey van de PO-Delta Zuid. De bemanning zal bestaan uit Pim Visser en Geert Meun. Scheidend Federatievoorzitter Ben Daalder: ,,Het is mijn vurige wens dat de sector hun alle support zal geven, ook al zullen er soms ´vervelende´ besluiten genomen moeten worden. Naar mijn vaste overtuiging zal er geen gezonde toekomst zijn voor de kottervisserij in Nederland als wij te vrijblijvend blijven denken en handelen. Voor alle duidelijkheid: alle vissers zullen nooit hetzelfde denken. Dat is een utopie en ook niet mogelijk, maar zij kunnen zich wel eensgezind scharen achter hun organisatie. Naast het vissen is dat ook zeer belangrijk: eensgezind volaan vooruit en zoals altijd de kop op het zeetje.´´

Receptie
Het bestuur van de Federatie van Visserijverenigingen biedt voorman Ben Daalder zaterdagmiddag 13 februari een afscheidsreceptie aan op Texel. De receptie vangt om 13.15 uur aan op Vakantiepark De Krim in De Cocksdorp.

 
 
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 

Wat staat de garnalenvissers te doen?





Resultaten

<<  Februari 2012  >>
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
    1  2  3  4  5
  6  7  812
13141516171819
20212223242526
272829    

Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
GBU grafici