Nederlandse platvissector eerste visserij volgens principe maximum duurzame oogst
|
Europees beheerplan schol en tong definitief |
|
donderdag, 14 juni 2007 |
|
LUXEMBURG/RIJSWIJK - De Europese Visserijministers hebben tijdens de Landbouw- en Visserijraad afgelopen maandag in een hamerslag een definitief akkoord bereikt over een meerjarenplan voor het schol- en tongbeheer. De Nederlandse platvisvisserij wordt daarmee de eerste vissector in de Noordzee die gaat vissen volgens het MSY-principe van maximum duurzame oogst.
Het beheerplan platvis treedt per 1 januari 2008 in werking. Het plan brengt duidelijkheid in de platvissector, omdat voor de komende jaren de kaders waarbinnen gevist mag worden precies zijn vastgelegd. Tegelijkertijd heeft de uitvoering zeer ingrijpende gevolgen voor de platvisvisserij en –handel. Volgens het beheerplan zal het aandeel van het volwassen schol- en tongbestand dat gevangen mag worden jaarlijks met 10% moeten afnemen totdat de veilig geachte biologische grenzen bereikt zijn: voor schol een paaibestand van 230.000 ton (begin volgend jaar op 181.000 ton geschat) en voor tong een paaibestand van 35.000 ton (volgens het ACFM-rapport per 1 januari 2008 geschat op 32.000 ton, na een sterke groei dankzij de jaarklasse 2005). Op basis hiervan stelt de Raad ieder jaar de toegestane vangsthoeveelheden vast. Deze zullen jaarlijks met maximaal 15% mogen fluctueren. Naast vangstquota neemt de Raad jaarlijks besluiten over de maximale visserij-inspanning in de vorm van toegestane zeedagen om de vangstquota op te vissen. Bij de aanneming van dit meerjarenplan hebben de Raad en de EC gewezen op de noodzaak van verbetering van de selectiviteit in de visserij op platvis in de Noordzee. De EC zal een studie uitvoeren naar de invloed van bestaande en alternatieve visserijmethoden op het ecosysteem. Op basis daarvan wordt een actieplan opgesteld dat gericht is op de invoering van alternatieve duurzamere visserijmethoden. De maatregelen blijven van kracht totdat de visserij op schol en tong zich binnen zogeheten veilige biologische grenzen bevindt. Wanneer deze grenzen zijn bereikt, zal de Europese Commissie een evaluatie uitvoeren in de vorm van een zogenoemde Impact Assessment. Mede op basis hiervan zal de Raad voor de tweede fase besluiten nemen die erop gericht zijn deze bestanden op Maximaal Duurzame Opbrengstniveaus (het zogenoemde Maximum Sustainable Yield of MSY-principe) te exploiteren. Tijdens de wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg in 2002 is overeengekomen dat de visbestanden overal zoveel mogelijk volgens het MSY-principe beheerd moeten worden. Het meerjarenbeheerplan vormt het belangrijkste instrument voor het beheer van platvis in de Noordzee en moet bijdragen tot verbetering van de bestanden van schol en tong en van andere bestanden zoals kabeljauw. Tijdens de decemberraad vorig jaar was al een politiek akkoord op hoofdlijnen bereikt, wat nu in wetgeving is verwerkt. Op basis van de jongste biologische inzichten gaan de TAC´s voor schol en tong conform de nieuwe beheerregels – een verlaging van de visserijdruk met 10 procent - volgend jaar met respectievelijk 4,5 procent en 7 procent omlaag. De uitvoering van het plan heeft ingrijpende gevolgen voor de Nederlandse platvissector. De verwachting is dat de komende jaren de mogelijkheden om op tong en schol te vissen met zeker enkele tientallen procenten zullen afnemen. Naast de noodzaak om te innoveren zal een verdere herstructurering van de boomkorvloot dan ook onvermijdelijk zijn. Snelle sanering Naar aanleiding van het langetermijnbeheerplan dringt de Nederlandse kottersector sinds vorig jaar al met klem aan op extra financiële middelen bovenop de subsidiepot voor innovatie. Dat is in het coalitieakkoord begin dit jaar ook toegezegd. Het benodigde Europese geld komt echter niet eerder dan in september vrij, en dus zei LNV-minister Gerda Verburg vorige week aan de Tweede Kamer dat sanering op z´n vroegst in oktober open gaat. Hoeveel geld de regering beschikbaar stelt wordt mogelijk een dezer dagen duidelijk bij de presentatie van het beleidsprogramma met de concrete uitwerking van het coalitieakkoord. Verburg noemde overigens Prinsjesdag als dag waarop er duidelijkheid komt. Het Productschap Vis heeft aangegeven dat het meerjarenplatvisplan inhoudt dat de komende 4-5 jaar een vermindering van 45 procent van de visserijdruk nodig is om de gestelde doelen te realiseren. Om ruimte te maken voor een duurzaam verantwoorde en rendabele kottervisserij noemt het PVis een snelle sanering van 30 procent van de huidige kottervloot het absolute minimum. De overheid wordt derhalve voorgesteld een doorlopende saneringsregeling in het leven te roepen. Daarvoor wordt 85 miljoen euro gevraagd, met daar bovenop 10 miljoen euro voor flankerend sociaal beleid. Dat geld zou niet alleen voor verlies aan werkgelegenheid op zee en aan de wal aangewend moeten worden, maar ook voor promotiecampagnes om te voorkomen dat de instroom van nieuwe vissers te laag wordt en voor bijscholing van opvarenden.
|
| |