‘Opziener’ Henk van den Bos verlaat de ‘Valk’
|
Tussen lammetjes en leeuwen |
|
donderdag, 04 mei 2006 |
GOES – Visserijkundig-ambtenaar Henk van den Bos (60) uit Goes heeft de Directie Visserij per 1 mei jl. verlaten. Als de omstandigheden het toelaten wil gepensioneerde ‘VA-er’ zich graag nog met andere werkzaamheden bezig gaan houden dan ondermeer lijnen uitzetten, naleving van vergunningen controleren en over problemen converseren. De laatste 17,5 jaar voer Van den Bos vanuit thuishaven Yerseke om zo’n 350 ‘klanten’ in het Zeeuwse Deltagebied van dienst te zijn. Altijd met de intentie om ‘niemand te bevoordelen’.
Toch waren er ook wel eens beroepsvissers die de ‘Valk’ bezochten ‘om hun gram te halen’. Van den Bos neemt afscheid zonder dat hij er volgens eigen zeggen in de visserijsector vrienden of vijanden heeft bij gekregen. Volgens planning krijgt hij op vrijdag 12 mei een afscheidsreceptie aangeboden in dorpshuis De Zaete in Yerseke.
Als Henk van den Bos in zijn vrijstaande woning in Goes terugblikt relativeert hij nuchter. Uiteraard begon hij op 1 oktober 1988 net als de meeste nieuwkomers op een andere werkplek met twee linkerhanden. Van lieverlee leerde hij steeds meer mensen en schepen herkennen, en hun zaken en hun streken. Omgekeerd keken de vissers de kat uit de boom in afwachting van welk vlees ze in de kuip zouden hebben.
Achteraf kijkt hij terug op een ‘geweldige periode’. Een periode waarin de opvarenden van de ‘Valk’ in goede harmonie en naar eer en geweten hun dagelijks werk hebben gedaan. Veel zegt hij in de beginjaren geleerd te hebben van zijn oud-collega’s Leen Abrahamse, Jaap Poelman en Tonnie Kosten, de huidige schipper op de ‘Valk’.
De verstandhouding met het bedrijfsleven heeft hij als positief ervaren, alhoewel er natuurlijk best wel eens heftige momenten zijn geweest. Een overdosis gebruikers in een en hetzelfde viswater en een overmatige belangstelling voor een bepaald bestek zorgt voor een spanningsveld waarin een ‘opziener’ knopen moet doorhakken. Is dat soort situaties is het volgens Van den Bos de kunst om integer te handelen, met ‘het beleid’ in de hand.
Hot item
Meer dan eens heeft hij het gevoel ervaren als een ‘schuurpaal’ te fungeren waartegen deze en gene zich probeerde ‘af te schudden’. Uit niets blijkt dat hij daaronder heeft geleden, hoewel naar zijn beleving de standpunten de laatste jaren wel zijn verhard. ,,Toen ik begon waren er veel lammetjes, om het maar eens zo te zeggen. De ‘opziener’ was gewoon de baas. Tegenwoordig gedragen sommigen zich als leeuwen en viert broodnijd meer en meer de boventoon. Door de interne verdeeldheid onder zowel mosselkwekers als vaste vistuigvissers wordt het er allemaal niet leuker op. De schaalvergroting heeft tot gevolg dat er gepresteerd moet worden. Het gaat vandaag om bedragen waar je van rilt. De bank roept, om over rechtszaken en het dwepen met advocaten maar te zwijgen.’’
Als Van den Bos de meest ingrijpende zaken uit de achterliggende jaren opsomt, springt de afwikkeling van de finale ronde er het eerst uit. Als gevolg van de aanleg van de Deltawerken moest er ontzettend veel geregeld worden om met name de mosselkwekers te compenseren voor teloorgegane productiecapaciteit. Tot op heden lopen er nog steeds juridische procedures over deze materie, meningsverschillen die in zijn visie het beste snel afgerond kunnen worden in plaats van spitsvondige discussies te blijven voeren. ,,Het bedrijfsleven kan beter voor compensatie kiezen. De overheid komt echt niet met zakken geld over de brug. Beter ware om te stoppen met procederen en alle advocaten gedag te zeggen.’’ Veel energie en tijd staken Van den Bos en zijn collega’s bij de Directie Visserij ook in de herinrichting van de Yerseke Bank, de natte pakhuizen van mosselhandelaren en oesterkwekers.
Waar de afgezwaaide ‘opziener’ niet omheen kan is de (kwalijke) gevolgen van het Beleidsbesluit Vast en Zeker. ,,Dat zit hoog en heeft al ontzettend veel tijd gekost. Voor de traditionele vaste vistuigvissers is dat een drama optima forma. In de opgerichte werkgroep zijn we bezig om voorstellen aan te dragen waarmee bepaalde problemen die te voorzien waren opgelost kunnen worden. Duidelijk is dat de aanleg van alleen vaste visvakken geen soelaas biedt. Er zijn wat proefvakken om te kijken naar hetgeen bepaalde visvormen uitwerken. Maar 40 vaste vistuigvissers op de Oosterschelde is gewoon teveel. Op basis van ervaring weten we dat de helft ervan meer dan genoeg is. Tegenwoordig zijn er nogal wat parttime bedrijfjes die alleen de rijkdom weghalen. Het is een hot item, waarin alles om ‘de mammon’ draait. Over een jaar zou er duidelijkheid moeten zijn. Hoe langer we wachten, hoe vervelender het wordt.’’
Van den Bos blijft voorlopig aan als voorzitter van de ‘Werkgroep Vaste Vistuigvissers Zuid’. Zijn ultieme wens is dat het oorspronkelijke doel van ‘Vast en Zeker’ zo gauw mogelijk gerealiseerd wordt, voor uiteindelijk een ‘kleine beroepsgroep’. Te denken valt aan maximaal 20 bedrijven.
Middenweg
Een toenemende bron van zorg noemt hij de onophoudelijke bedreigingen voor de mosselsector. Naast de gevolgen van de opmars van de wilde Japanse oesters en de meningsverschillen over het uitzaaien van importmosselen worden de kwekers ook belemmerd in een rendabel beheer van hun zaad- en halfwaspercelen. Van den Bos vindt het een plicht van de overheid om er voor te zorgen dat de wadmosselen en de theoretische productiewaardes (tpw) van de percelen optimaal worden benut.
Hij vraagt zich af waarom onder druk van de milieuorganisaties nog steeds kapitale hoeveelheden mosselen wegstormen en bijvoorbeeld het overbrengen van halfwasmosselen van zuid naar noord wordt geblokkeerd. Van den Bos: ,,Veel tpw’s gaan teloor omdat de percelen niet benut worden, waardoor de kwaliteit er van achteruit gaat. In mijn optiek zijn de gevaren van verplaatsing onvoldoende tegen elkaar afgewogen en kan er met de milieubeweging best een gulden middenweg gevonden worden. Met Natura 2000 onder de arm heeft iedereen de mond vol over instandhoudingsdoelen. Maar over verstandhoudingsdoelen heb ik nog nooit iemand gehoord.’’
Spekkoper
Ambitie om te profeteren heeft Van den Bos niet, maar hij vraagt zich wel af hoeveel ruimte de mechanische mosselsector op termijn krijgt toegemeten. Innoveren in eigen werk noemt hij een goede zaak, mits kracht en kennis worden gebundeld en niet elk bedrijf afzonderlijk het wiel probeert uit vinden. Het invangen van mosselzaad en kweken door middel van andere methodes dan de mechanische kan de bodemcultuur onmogelijk vervangen. ,,Je kan niet alles vol boeien gooien. Met een opbrengst van tien procent alternatieve zaadproductie ben je spekkoper.’’
|
| |