Visserijnieuws.nl
Home Nieuws Achtergronden Visstand en visserij op korte en lange termijn
Abonnement & Advertentietarieven

Inzicht in ICES-adviezen en andere opties

Visstand en visserij op korte en lange termijn
zaterdag, 28 oktober 2006
IJMUIDEN - ICES is de internationale organisatie die de EC van advies dient over het beheer van de visbestanden in de Noordzee. De EC wil van ICES weten met welke TACs de paaibestanden van de verschillende soorten weer snel op en bij voorkeur boven het voorzorgniveau komen. Daarvoor schat ICES de grootte van de paaistand op dit moment en voorspelt ze voor een reeks van TACs waar de paaistand begin 2008 op uit zal komen. De EC kan zo aflezen bij welke TAC het door haar gewenste voorzorgniveau wordt gehaald en wat er gebeurt als ze daarvan afwijkt. Wim van Densen van IMARES geeft inzicht in de verhouding tussen visstand en visserij op korte en lange termijn.

De Europese Commissie (EC) heeft dit voorjaar voorgesteld toe te gaan werken naar een lagere visserijdruk op schol en tong in plaats van zich te blijven richten op het voorzorgniveau van de paaistand voor die soorten. Dat zou dan geleidelijk moeten gebeuren door de visserijdruk ieder jaar met 10% te verlagen tot we voor schol en tong uitkomen op een verhouding tussen vangst en bestand (F) van 0,2 voor tong en 0,3 voor schol. De EC zegt er gelijk bij dat ze omwille van het economisch renderen van de visserij de TAC niet wil veranderen met meer dan 15% per jaar. Met dit zogenaamde platvisplan slaat de EC de weg in van doelgericht beheer met een door de lagere visserijdruk stabielere aanvoer, met een rendabeler gebruik van brandstof en met minder milieuschade. De Visserijraad zal nog dit jaar over het plan beslissen.

Visserijdruk of visserijsterfte F
De visserijdruk of visserijsterfte (F) is de verhouding tussen de jaarlijkse vangst en het bestand aan maatse vis door het jaar heen. Die verhouding kan variëren van 0 tot soms meer dan 1 per jaar. Het is zaak de F scherp op het netvlies te krijgen, want het is DE maat waarmee de Europese Commissie haar beheer voert en in de toekomst nog nadrukkelijker zal voeren.

Wat betekent ‘de stand door het jaar heen’? Dat is het bestand dat er gemiddeld over het jaar zit, alle dagen van het jaar in ogenschouw genomen. Het bestand van een bepaalde vissoort is niet iedere dag hetzelfde. In de Noordzee neemt dat bestand in het voorjaar af, het neemt in de zomer toe en in het najaar weer af. De verklaring voor die veranderingen is dat vissen in de winter niet groeien en in de zomer wel. In het begin van jaar gaan ze daarom alleen maar dood, door natuurlijke oorzaken en door de visserij. In de zomer vreten ze volop en groeien ze ook flink. Daardoor neemt de omvang van het bestand toe ondanks de visserij. Bovendien groeien veel jonge vissen in de zomer boven de maat en die komen het bestand aan maatse vis versterken. Houden de vissen in het najaar eenmaal op met groeien dan neemt het bestand weer af. Een kwestie van afname (voorjaar), toename (zomer) en opnieuw afname (najaar).
Is de visserijdruk heel hoog dan kan het voorkomen dat er in gewicht meer vis wordt gevangen dan er gemiddeld door het jaar zit. De visserijsterfte F is dan groter dan 1. Dat komt voor wanneer er in het voorjaar weinig maatse vis zit, er in de zomer veel vis bijkomt omdat die boven de maat groeit en er in hetzelfde jaar weer veel van die vis wordt weggevangen. Gemiddeld over het jaar zit er dan niet zoveel vis, maar wordt er wel flink gevangen. Het bestand wordt als het ware kort geschoren.

Van biologisch minimum naar voorzorgniveau

Het biologisch minimum is de kritische omvang van de paaistand. Komt de paaistand onder dat minimum, dan is er een flinke kans dat de visstand op den duur zal inzakken door een verminderde aanwas aan jonge vis (rekruten). ICES stelt dat minimum vast aan de hand van de jaarlijkse omvang van de paaistand en het aantal rekruten dat die paaistand produceert.

Nu kunnen onderzoekers de omvang van de paaistand alleen maar schatten, niet exact vaststellen. Dat betekent dat er altijd een kans is dat die paaistand in werkelijkheid groter of kleiner is. Stel, de paaistand van schol wordt geschat op 200.000 ton, met een kans van 9 op 10 dat de werkelijke paaistand niet meer dan 30.000 ton erboven of eronder ligt; dus tussen de 170.000 en 230.000 ton. Houd je het als beheerder op die 200.000 ton, dan loop je nog steeds de kans dat de paaistand achteraf toch lager blijkt te zijn geweest. Om die reden gaat de EC aan de veilige kant zitten en mikt ze niet op een paaistand op het biologisch minimum, maar op een paaistand die minstens op het voorzorgniveau zit. Hoeveel hoger dat voorzorgniveau ligt bepaalt ze als risicobeheerder zelf, niet ICES.

SoortBiologisch minimum (tonnen) door ICES berekendVoorzorgniveau tonnen)door EC bepaald
Tong25.00035.000
Schol160.000230.000
Kabeljauw70.000150.000


Voor het volledige overzicht, download hier het pdf-bestand.
 
 
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 

Wat staat de garnalenvissers te doen?





Resultaten

<<  Februari 2012  >>
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
    1  2  3  4  5
  6  7  812
13141516171819
20212223242526
272829    

Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
GBU grafici