NOUAKCHOTT - Visserijbioloog Ad Corten hekelt de agressieve campagne van de Stichting Wad (voorheen: Wilde Kokkels) tegen de exploitatie van venusschelpen in Mauritanie. Die publiciteitscampagne heeft vorig jaar al geleid tot kamervragen, recentelijk tot vragen van PvdA-Europarlementariër Corbey en vorige week een scherp artikel in de Volkskrant (´Kokkel gered, venusschelp de klos´). ,,Ik vind het schandalig dat Nederlandse actievoerders met valse argumenten en bedreigingen trachten een ontwikkeling te stoppen die voor Mauritanië van groot belang kan zijn, en waaraan voor zover we dat nu kunnen bekijken, nauwelijks ecologische risico´s verbonden zijn´´, aldus Corten.
,,Nederlandse milieuactivisten voeren een soort ´jihad´ tegen alles wat met schelpdiervisserij te maken heeft, zowel in Nederland als daarbuiten. Hierbij worden voortdurend feiten verdraaid en valse beschuldigingen geuit. Maar hun ideaal mag niet ten koste gaan van de waarheid, noch van de economische ontwikkeling in een van de armste landen van West Afrika.
De Mauritaanse overheid is een groot voorstander van de exploitatie van schelpdieren, en zij zal er ook zorg voor dragen dat deze exploitatie niet ten koste zal gaan van het ecosysteem of de visserij op octopus. Ik werk zelf als consultant visserijonderzoek zowel voor de Nederlandse als de Mauritaanse overheid. Afgelopen donderdag heb ik een uitvoerig overleg gehad met de Mauritaanse minister van visserij, Sidi Mohamed Ould Sidina. Dit gesprek vond plaats op het Mauritaanse ministerie van visserij in de hoofdstad Nouakchott. De minister wees mij tijdens dit gesprek op het grote belang dat Mauritanië hecht aan het opstarten van de exploitatie van venusschelpen, en aan een voortzetting van de samenwerking met Nederland op dit terrein. Hij vroeg mij verder om de onjuiste berichtgeving in Nederland ten aanzien van de voorgenomen schelpdiervisserij in Mauritanië te weerleggen.
Het IMARES-schelpdierproject is een spin-off van de Nederlandse projecten die al sinds 1998 in Mauritanië lopen. Voordat wij met ons onderzoek hier begonnen, hadden Russische en Mauritaanse onderzoekers medio jaren 80 het bestaan ontdekt van zeer grote schelpdierbestanden in Mauritaanse wateren. De eerste schattingen van het duurzame productie potentieel bedroegen 300.000 ton/jaar; een kolossale hoeveelheid. Sindsdien is het een van de voornaamste ambities geweest van de Mauritaanse overheid om deze bestanden te exploiteren. Het feit dat men daar tot op heden niet mee begonnen is, heeft twee oorzaken.
Om te beginnen liggen de schelpen (het gaat om de soort Venus rosalina) ver buitengaats, in water tussen de 20 en 30 meter. Voor de exploitatie zijn gespecialiseerde schepen nodig, die in Mauritanië niet beschikbaar waren. De tweede oorzaak waren de nieuwe Europese normen voor sanitaire controle die vanaf 1996 van kracht werden, en die grote investeringen vergden in training en analyse apparatuur. Mauritanië was niet in staat deze investeringen op te brengen.
In 2004 kreeg het Nederlandse bedrijf Heiploeg (thans Holland Shellfish International) belangstelling voor de mogelijke exploitatie van schelpdieren in Mauritanië. De Mauritaanse overheid was blij met deze belangstelling, maar stelde als voorwaarde dat Heiploeg bij zou dragen aan een project dat gericht was op het verkrijgen van de certificering voor de Europese markt. Dit leidde tot het opstarten van het huidige IMARES-project dat bedoeld is om Mauritanië aan deze certificering te helpen.
Zodra Nederlandse milieuorganisaties hier lucht van kregen, begon men een massale publiciteitscampagne, zowel in Nederland als in Mauritanië, om de exploitatie van schelpdieren tegen te houden. Men waarschuwde dat Nederlandse kokkelvissers, nadat ze eerst het ecosysteem van de Waddenzee vernietigd hadden, nu van plan waren hetzelfde te gaan doen met de Banc d'Arguin. Dit was een onzinnige beschuldiging om de volgende redenen:
- De schelpdierbestanden in Mauritanië liggen ver buiten het gebied van de Banc d'Arguin, in water van 20-30 meter diepte. Zij hebben geen enkele betekenis als voedsel voor de vogels van de Banc d'Arguin.
- De kokkelschepen die vroeger in de Waddenzee visten, zijn ongeschikt voor het werk op open zee waar de Mauritaanse bestanden liggen.
- De kokkelvisserij op de Waddenzee heeft het ecosysteem niet vernietigd; er liggen op dit moment extreem veel kokkels op de Waddenzee.
De waarschuwingen van de milieubeweging gaan uit van de veronderstelling dat de Mauritaanse overheid niet in staat is om het ecosysteem in de eigen wateren te beschermen. Deze veronderstelling is gebaseerd op een misplaatst gevoel van Nederlandse superioriteit. In werkelijkheid heeft de Mauritaanse overheid in het verleden gedemonstreerd dat zij de belangen van visserij en natuurbescherming zeer serieus neemt. Voorbeelden daarvan zijn:
- De handhaving van het verbod op elke vorm van gemotoriseerde visserij in de Banc d'Arguin; een veel rigoureuzer beleid dan dat wat Nederland voert ten aanzien van de Waddenzee.
- De instelling van een jaarlijkse gesloten periode van 2 maanden voor alle visserij (met uitzondering van de pelagische vloot).
- De strenge controle op maaswijdtes, visserijgrenzen en bijvangst van ondermaatse vis.
- Het expliciete beleid om visbestanden te exploiteren op het niveau van MSY (maximum sustainable yield).
Deze maatregelen zijn over het algemeen veel strenger dan die welke Nederland en de EU toepassen in eigen wateren. De Nederlandse kottersector (onder leiding van onze minister) bijvoorbeeld gaat niet akkoord met de toepassing van de MSY-doelstelling voor Noordzeevisbestanden.
Het is voor de Mauritaanse overheid dan ook tamelijk lachwekkend wanneer zij door Nederlandse activisten de les gelezen wordt over het beheer van Mauritaanse visbestanden. Ten aanzien van een toekomstige exploitatie van schelpdieren heeft de Mauritaanse overheid al aangekondigd dat dit onder streng wetenschappelijk toezicht zal moeten gebeuren, en dat zorgvuldig gekeken zal worden naar mogelijke effecten op het ecosysteem en op de octopus visserij. Het plan is om de exploitatie te starten met een volume van 15.000 ton/jaar; dat is slechts 5% van het berekende jaarlijkse potentieel. Men kan de Mauritaanse overheid daarom moeilijk beschuldigen van onvoorzichtigheid. Overigens is het volstrekt niet de bedoeling dat de exploitatie het monopolie wordt van een Nederlands bedrijf; streeft men juist naar een maximale inzet van Mauritaanse vissers.
Een laatste punt dat mij van het hart moet, is het totale gebrek aan begrip dat Nederlandse activisten blijken te hebben voor de behoefte aan nieuwe werkgelegenheid in Mauritanië. Hier in Nouadhibou is het overgrote deel van de bevolking werkloos en leeft onder de armoedegrens. Nouadhibou was tot voor kort het vertrekpunt van de bootvluchtelingen die proberen de Canarische eilanden te bereiken, omdat er in Afrika geen werk te vinden is (nu de inspectie hier is opgevoerd, vertrekken ze verder naar het zuiden). Voor Mauritanië, en vooral voor Nouadhibou, is de visserij praktisch de enige bron van werkgelegenheid. Hoe kunnen wij Europeanen, vanuit onze comfortabele situatie, de straatarme Mauritaniërs verbieden om een natuurlijke hulpbron te ontwikkelen die een aanzienlijke bron van werkgelegenheid kan gaan vormen?
Natuurlijk moeten de risico's van het exploiteren van dit bestand zorgvuldig bestudeerd worden, en moet er een goed beheer komen. Maar voor zover het zich op dit moment laat aanzien, is een duurzame exploitatie zeer wel mogelijk, en zullen de risico's voor het ecosysteem veel geringer zijn dan die welke wij in Nederland gewend zijn te nemen.
Ik waardeer oprechte bezorgdheid in Nederland en Europa voor het Mauritaanse ecosysteem en de Mauritaanse visserij. Ik hoop echter dat deze bezorgdheid zal leiden tot positieve maatregelen (EU steun voor sanitair onderzoek, bestandsopnames, ecosysteem studies), en niet tot het traineren van een ontwikkeling waar Mauritanië zijn hoop op gevestigd heeft.´´
|