Visserijnieuws.nl
Home Nieuws Achtergronden Paniek rond Noordzeeharing overdreven
Abonnement & Advertentietarieven

Groot bestand geeft kleiner recruitment

Paniek rond Noordzeeharing overdreven
vrijdag, 22 juni 2007

RIJSWIJK – Bioloog Ad Corten heeft eigen ideeën ontwikkeld inzake het haringbestand en haringmanagement. Hij heeft deze ideeën ook ingebracht in de Pelagische RAC. Corten zet uiteen dat de bezorgdheid van de ICES overdreven is, en dat er geen noodzaak is tot de ingrijpende vangstbeperkingen die de ICES heeft voorgesteld (TAC-verlaging van 341.000 naar 200.000 ton).

Zowel in 2006 als in 2007 heeft de Internationale Raad voor Onderzoek van de Zee (ICES) drastische quotaverlagingen voorgesteld om de haringstand in de Noordzee te beschermen. De reden tot dit advies is de lage aanwas van jonge haring; sinds 2002 bedragen de nieuwe jaarklassen gemiddeld slechts 42% van de normale sterkte.

Door de lage aanwas van jonge haring is de totale haringstand sinds 2004 aan het dalen. In 2007 daalt de haringstand waarschijnlijk beneden het niveau van 1,3 miljoen ton dat door de ICES als ´voorzorgsniveau´ bestempeld is. Volgens de ICES is het essentieel dat de stand zo snel mogelijk weer boven dit niveau gebracht wordt; anders zou er een kans bestaan dat het bestand zou ´instorten´.

ICES hanteert verouderde gegevens

Het ICES-advies is gebaseerd op sterk verouderde gegevens over het verband tussen de hoeveelheid volwassen haring (de paaistand) en de aanwas van jonge vis (het recruitment). In 1976(!) berekende de ICES-haringwerkgroep dat er minimaal 800.000 ton volwassen haring nodig was voor de productie van een normaal recruitment (Fig. 1). Deze berekening was gebaseerd op cijfers voor de jaren 1952-1974. De cijfers die aan deze berekening ten grondslag lagen, worden door ICES zelf momenteel als onbetrouwbaar beschouwd.

In 2003 en 2007 voerde de ICES-haringwerkgroep nieuwe berekeningen uit; ditmaal ook gebruik makend van gegevens voor latere jaren. De uitkomst van deze berekeningen was dat de minimale paaistand tussen de 500.000 en 560.000 ton lag. Om onduidelijke redenen besloot het ACFM, het hoogste adviserend comité binnen de ICES, deze conclusies niet te accepteren maar vast te houden aan de oudere norm van 800.000 ton.

De Pelagische RAC heeft intussen aan de ICES verzocht om haar advisering te baseren op een zo volledig mogelijke set van historische gegevens, waarbij ook de cijfers voor de jaren nà 1974 in beschouwing worden genomen. De ICES heeft hierop nog niet gereageerd.

Extra veiligheidsmarge onnodig

Wanneer alle recente gegevens over paaistand en recruitment worden geanalyseerd, blijkt dat het door ICES gehanteerde minimum van 800.000 voor de paaistand van Noordzee haring geen absolute ondergrens vormt. In de laatste 30 jaar zijn de sterkste jaarklassen juist geproduceerd door paaibestanden tussen de 500.000 en 800.000 ton (Fig. 2). Een kortstondige daling van het paaibestand beneden 800.000 heeft dus geen rampzalige gevolgen voor het recruitment.

ICES doet echter voorkomen alsof de 800.000 ton een zeer gevaarlijke grens is, waar we ten koste van alles bij uit de buurt moeten blijven. Om het risico uit te sluiten dat het paaibestand per ongeluk toch beneden de 800.000 ton daalt, adviseert ICES een veiligheidsmarge aan te houden van 500.000 ton boven op het minimum van 800.000 ton. Hierdoor komt men op een ´voorzorgsniveau´ van 1,3 miljoen ton.

Dit voorzorgsniveau kan als overdreven voorzichtig bestempeld worden. In de periode 1980-2000 lag de paaistand altijd onder dit niveau, terwijl er toch normale jaarklassen geproduceerd werden (Fig 3). Het argument dat we een veiligheidszone moeten instellen in verband met de onnauwkeurigheid in de bestandsschattingen, gaat niet op voor Noordzee haring. Dankzij een uitgebreid onderzoeksprogramma hebben we voor haring veel betrouwbaardere schattingen dan voor andere vissoorten. De kans dat we met onze schattingen 500.000 ton naast de werkelijkheid zouden zitten, is verwaarloosbaar.

Groot bestand, kleiner recruitment

Uit nieuwe analyses blijkt dat het gemiddeld recruitment daalt wanneer de paaistand groter wordt dan 800.000 ton (Fig. 2). Over de oorzaak daarvan bestaat nog geen zekerheid. Mogelijk eten de volwassen haringen hun eigen jongen op.

In het ICES-advies wordt geen rekening gehouden met het feit dat het recruitment daalt bij een toenemende haringstand. Dit advies gaat nog steeds uit van de verouderde aanname dat het gemiddeld recruitment constant blijft, ongeacht hoever de paaistand groeit boven de 800.000 ton.

Het feit dat de volwassen haringstand de afgelopen jaren boven de 1,3 miljoen ton lag, kan de oorzaak zijn geweest van het slechte recruitment. De nieuw berekende relatie tussen paaibestand en recruitment (Fig. 2) voorspelt een verlaagd recruitment bij paaibestanden boven 1,0 miljoen ton.

Toepassing van het ICES-advies zal dus waarschijnlijk leiden tot een blijvend verlaagd recruitment. Wanneer het lage recruitment van de afgelopen jaren inderdaad te wijten was aan een grote stand van volwassen haring, is een verlaging van de volwassen stand tot 800.000 ton de beste remedie om het recruitment weer te verhogen.

Andere mogelijke oorzaken

We hebben gezien dat de slechte jaarklassen van de afgelopen jaren mogelijk te wijten waren aan de uitzonderlijk hoge stand aan volwassen haring in die periode. Een sterke verlaging van de TAC in 2008, zoals geadviseerd door ICES, zal de haringstand op een hoog peil houden en niet bijdragen aan een verbetering van het recruitment.

Het is echter ook mogelijk dat er nog andere oorzaken in het spel zijn. Een aaneengesloten serie van 5 slechte jaarklassen duidt mogelijk op ongunstige natuurlijke omstandigheden die over meerdere jaren werken. We hebben hiervan in het verleden al eerder voorbeelden gezien. Hierbij zijn er twee mogelijke scenario’s: (a) we hebben te maken met een tijdelijke oorzaak die na 5-10 jaar weer verdwijnt, of (b) we hebben te maken met een blijvende oorzaak ten gevolge van klimaatsverandering.

Bij scenario (a) kunnen we binnen enkele jaren weer een herstel van het recruitment verwachten, en een stijging van de TAC naar een niveau rond 500.000 ton. Een tijdelijke verlaging van de TAC tot minder dan 200.000 ton in 2008 zal een grote discontinuïteit in de aanvoer ten gevolge hebben, met nadelige effecten op het visserijbedrijf.

Bij scenario (b) keert het recruitment nooit meer terug op het oude niveau. Op dit moment lijkt dit sombere scenario weinig waarschijnlijk, maar het is een scenario waarmee de ICES blijkbaar rekening houdt. Wanneer dit scenario werkelijkheid wordt, moeten we ons in de toekomst neerleggen bij een blijvend lage TAC rond een niveau van 200.000 ton. We kunnen dit gevaar niet afwenden door op dit moment ten koste van alles de paaistand boven de 1,3 miljoen ton te houden. Wanneer het recruitment inderdaad is verlaagd tengevolge van een blijvende verandering van het Noordzee ecosysteem, hebben we nu te maken met een andere haringstand, en een andere (lagere) minimum paaistand.

Beste optie: vasthouden aan afspraken

Volgens de bestaande afspraken tussen de EU en Noorwegen, mag de TAC met niet meer dan 15% per jaar verminderd (of vermeerderd) worden. De bedoeling van deze afspraak was om overreacties op nieuwe assessments of inzichten van biologen te vermijden, en stabiliteit in de aanvoer te creëren. Deze regeling is precies ontworpen voor het soort situaties waarin we nu verkeren. De haringstand is momenteel niet in gevaar, zelfs niet wanneer het slechte recruitment nog enige jaren zou voortduren. Een TAC-verlaging van 15% vormt een redelijk evenwicht tussen de noodzaak om de vangst aan te passen aan de veranderingen in het bestand, en de noodzaak van continuïteit in het bedrijf. Zelfs wanneer er sprake zou zijn van een blijvende verlaging van het recruitment ten gevolge van klimaatsverandering, zorgt toepassing van de 15% regeling voor een geleidelijke aanpassing aan de nieuwe situatie.

In de bestaande afspraken is een speciale clausule opgenomen (artikel 6) waarbij in speciale gevallen, met wederzijdse goedkeuring van EU en Noorwegen, kan worden afgeweken van de 15% regeling. Deze optie is bedoeld voor noodsituaties waarbij de haringstand zonder extra ingrijpen in gevaar zou komen. De huidige situatie met een haringstand van omstreeks 1,0 miljoen ton kan echter moeilijk als een noodsituatie aangemerkt worden.

Het is wel belangrijk dat de bestaande afspraken in de praktijk ook goed nageleefd worden. De afgelopen jaren is er voortdurend sprake geweest van overschrijding van de overeengekomen TAC door transfers, niet gerapporteerde vangsten en discards. In de jaren 2004 en 2005 bleek de werkelijke vangst achteraf 15-17% boven de overeengekomen TAC te liggen. Dit soort overschrijdingen van de overeengekomen TAC is misschien de reden dat ICES extra voorzichtig is in haar advisering van TACs. Wanneer het visserijbedrijf serieuze adviezen vraagt aan ICES, moet het kunnen demonstreren dat het zelf de adviezen ook serieus in praktijk brengt.

(Klik op de afbeelding, voor een vergrote weergave)

Fig 1. Relatie tussen paaistand en recruitment zoals berekend door de ICES haringwerkgroep in 1976

Ontwikkeling van paaistand (getrokken lijn) en recruitment (staafdiagram) sinds 1960.

Fig. 2. Relatie tussen paaistand en recruitment op grond van gegevens voor de jaren 1970-2001. De laatste 4 jaarklassen zijn niet meegenomen in de berekening van de trendlijn. Zij liggen echter op een niveau dat voorspeld zou worden op grond van het verband dat berekend is voor voorgaande jaren.

 
 
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 

Bestuursrechter adviseert de IJsselmeervissers om (weer) met de sportvissers om tafel te gaan:





Resultaten

<<  Februari 2012  >>
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
    1  2  3  4  5
  6  7  812
131416171819
20212223242526
272829    

Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
GBU grafici