Visserijnieuws.nl
Home Nieuws Achtergronden Sterk wisselende visstand
Abonnement & Advertentietarieven

Ontwikkelingen in de visstand in het IJsselmeer en Markermeer

Sterk wisselende visstand
vrijdag, 29 juni 2007

IJMUIDEN – Over de oorzaken van de ontwikkelingen in de visstand op het IJsselmeer en Markermeer wordt veel gespeculeerd door vissers, beleidsmakers, waterbeheerders en onderzoekers. Als mogelijke oorzaken worden vaak aangemerkt: een hogere watertemperatuur, afname van nutriënten, toenemende helderheid, predatie door aalscholvers, visserij en ruimteverlies. Het is duidelijk dat meerdere factoren gelijktijdig een rol spelen, maar verschillen per soort. Daarom is het van belang de ontwikkelingen in de visstand zo goed mogelijk te volgen. Een artikel van Henrice Jansen van IMARES op basis van de jaarrapportage 2006.

Het IJsselmeer en Markermeer worden gekenmerkt door een jaarlijks sterk wisselende visstand. Voor een aantal soorten zien we een toename (bijvoorbeeld pos en zeldzame soorten als houting), terwijl andere soorten geleidelijk afnemen in aantal.

Wageningen IMARES voert ieder najaar een bemonstering uit op het IJsselmeer en Markermeer om de stand aan vooral jonge vis te bepalen. In combinatie met cijfers over de aanvoer van vis op de IJsselmeerafslagen ontstaat een goed beeld van de belangrijkste ontwikkelingen in vispopulaties op het IJsselmeer en Markermeer. Op basis van deze gegevens wordt hieronder een overzicht gegeven van de visstand voor de belangrijkste soorten in het IJsselmeer: aal, snoekbaars, baars en spiering.

Aal

De intrek van glasaal vanuit zee naar de Nederlandse binnenwateren is sinds het midden van de tachtiger jaren met circa 90% gedaald. Na een lichte stijging in de jaren 1995-1997 bevindt de glasaalintrek zich sinds 2000 op een stabiel, maar zeer laag niveau. De aalstand vertoont zowel in de bemonstering als in de aanlandingen een duidelijke afname met enkele positieve uitschieters in 1990 en 2000. De pieken en dalen volgen globaal de variatie in de glasaalintrek enkele jaren daaraan voorafgaand.

Snoekbaars

De snoekbaarsvisserij was op zijn top in de jaren zeventig. Toe- en afnamen in de aanlandingen volgen sterk de fluctuaties van de snoekbaars in beide meren zoals gemeten tijdens de jaarlijkse bemonstering. De toename van aanlanding in 2000-2003 komt dan ook goed overeen met de hoge aantallen snoekbaars in het Markermeer gemeten tijdens de bemonstering. In de visbemonsteringen worden vooral jonge (0-jarige) snoekbaarzen gevangen. Het snoekbaarsbestand in zowel het IJsselmeer als het Markermeer ligt in 2006 onder het gemiddelde van het afgelopen decennium.

De laatste decennia is de watertemperatuur veranderd met gemiddeld langere warmere periodes in de zomer en minder koude winters. Voor snoekbaars (warmwatersoort) zijn dat gunstige groeiomstandigheden. De gemiddelde lengte van snoekbaarzen neemt van 1970 tot 2003 gestaag toe en daarmee ook de condities voor de productie van nakomelingen. Sinds 2004 groeien snoekbaarzen echter minder hard, vermoedelijk omdat er veel minder spiering is, de belangrijkste voedselbron van snoekbaars.

Baars

De betekenis van de baarsvisserij is sinds 1970 gestaag afgenomen. In 2006 was de aanlanding van baars in de IJsselmeerafslagen met ruim 37 ton zeer laag te noemen. De baarsstand is sterk afhankelijk van het voorkomen van goede jaarklassen. Na een stijgende trend in de broedaanwas in de periode 2001-2004 worden de afgelopen twee jaar gekenmerkt door slechte jaarklassen in het IJsselmeer. Dit resulteert in een afnemende trend van het totale baarsbestand in het IJsselmeer. In het Markermeer loopt de baarsstand geleidelijk af sinds 1997. Het aandeel volwassen baarzen in het bestand neemt af en het baarsbestand bestaat momenteel voornamelijk uit jonge vis. De individuele groei van baars is licht toegenomen.

Spiering

Sinds 1982 heeft zich een gerichte spieringvisserij met fuiken ontwikkeld gedurende de paaitrek in het vroege voorjaar. De grootste vangst werd in 1988 bereikt, sindsdien zijn de vangsten afgenomen. In zowel het IJsselmeer als het Markermeer bestaat veruit het grootste deel van het bestand uit spiering van het eerste groeiseizoen en slechts een fractie wordt ouder dan een jaar. Het spieringbestand vertoont een continue afname. De extreem zwakke jaarklas van 2003 valt buiten alle eerdere proporties. Na de sluiting van de spieringvangst in 2004 en 2005 mocht er in het voorjaar van 2006 weer op spiering gevist worden (zij het 1 week later om een groter deel van de populatie de kans te geven om te paaien). Ondanks de lage aanwas in 2005 is de hoeveelheid aangelande spiering in 2006 relatief goed.

Door de temperatuurveranderingen (hogere kans op warme zomers) neemt voor spiering (koudwatersoort) de kans toe op een sterke terugval van de populatie zoals zichtbaar was in 2003 en 2006. De watertemperatuur heeft ook gevolgen voor de zuurstofconcentraties in het water: warm water kan minder zuurstof bevatten. Het is overigens niet zo dat warme zomers zonder meer een slechte spieringstand opleveren. Lopend onderzoek uitgevoerd door IMARES en Rijkswaterstaat laat zien dat het waarschijnlijk gaat om temperatuur in combinatie met slechte paaiomstandigheden in het voorjaar (wind en opwerveling van slib of ongunstig temperatuurverloop) of een slechte voedselsituatie (weinig zoöplankton).

De hoeveelheid vis per jaar in kg per hectare bevist oppervlak in het IJsselmeer (boven) en Markermeer (midden) en de geregistreerde aanlandingen van 1989-2006 op de IJsselmeervisafslagen (onder).

 
 
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 

Bestuursrechter adviseert de IJsselmeervissers om (weer) met de sportvissers om tafel te gaan:





Resultaten

<<  Februari 2012  >>
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
    1  2  3  4  5
  6  7  812
131416171819
20212223242526
272829    

Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
GBU grafici