DEN HAAG – De opbrengsten van de kottervloot stijgen, maar de gestegen kosten drukken het resultaat. Hierdoor heeft de kottersector 2006 voor het vijfde achtereenvolgende jaar afgesloten met een negatief nettoresultaat. Hoewel de eerste ramingen voor 2007 een iets beter resultaat laten zien, heeft de dalende trend zich ook dit jaar voortgezet. De garnalen-, twinrig- en snurrevaadvisserij boekten wel goede resultaten. Dat blijkt uit cijfers van het LEI, die afgelopen maandag in Den Haag bekend werden gemaakt.
De kotters met 261-300 pk (voornamelijk Eurokotters) behaalden in 2006 een ongeveer gelijke besomming als in 2005. De variatie in kosten en besommingen is in deze groep erg groot, maar gemiddeld werd er opnieuw verlies gemaakt. Bij de belangrijkste groep, de boomkorkotters van 2.000 pk, lag de besomming gemiddeld 21 procent hoger, maar door sterk gestegen kosten kwam het nettoresultaat net als in 2005 negatief uit (-89.000 euro). Voor de kottervisserij als geheel lagen de investeringen op een laag peil en het niveau van leningen kwam iets hoger te liggen. Het lang vreemd vermogen bedraagt nu 270 miljoen, ruim 960.000 euro per bedrijf. De nettokasstroom was in het verslagjaar negatief (- 11 miljoen euro). De vloot grote diepvriestrawlers verminderde in 2006 met twee. Op een beperkt aantal relatief kleine renovaties na werd in de vloot van 13 trawlers verder nagenoeg niet geïnvesteerd. De totale inzet in zeedagen kwam vooral door de verminderde vlootomvang 12 procent lager uit. Vooral in Afrikaanse wateren werd minder gevist. De aanvoer nam ten opzichte van het jaar ervoor af met 19 procent tot ruim 378 duizend ton vis (minder haring, blauwe wijting en sardinella, iets meer horsmakreel). De totale kosten kwamen 9 procent lager uit, vooral door een lagere inzet. Door sterk gestegen prijzen van brandstof kwamen deze kosten uit op 18 procent van de opbrengst. De gemiddelde prijs van de stookolie kwam uit op 29 cent per liter. De aanvoerbesomming daalde met 9 procent naar ruim 125 miljoen euro, een afname van ruim 11 miljoen euro. De vloot sloot het jaar 2006 af met een nettowinst van bijna 7 miljoen euro.
De actieve mosselvloot werd kleiner in 2006 en kwam uit op 60 schepen. De vloot werd niet vernieuwd en investeringen lagen net als vorig jaar op een laag niveau. De aanvoer van mosselen halveerde bijna en kwam uit op 30 miljoen kilo. Mede daardoor nam de veilingomzet af met 18 procent tot rond 46 miljoen euro, de laagste omzet sinds jaren. De technische kosten bleven op eenzelfde niveau, waardoor het nettoresultaat met 38 procent verminderde tot 13 miljoen euro. Pacht van percelen, kosten van zaad en halfwasmosselen en loonkosten waren goed voor meer dan 50 procent van de totale kosten. Het eigen vermogen van de sector nam naar schatting met 15 procent af tot tussen de 25 en 35 miljoen euro. De sector kon ruimschoots aan de aflossingsverplichtingen voldoen.
De kottervisserij zal in 2007, ondanks verder gestegen besommingen in de belangrijkste groepen, slechts licht betere of dezelfde nettoresultaten laten zien als over het jaar 2006. De boomkorvisserij heeft te kampen met zeer hoge brandstofkosten, en daarnaast met stagnerende visprijzen voor tong en schol, quotaproblemen voor met name schol en vangstproblemen voor tong. Slechts een klein deel van de boomkorvloot zal in staat zijn om het jaar met een positief resultaat af te sluiten. Ook het vooruitzicht voor dit belangrijke onderdeel van de kottervisserij blijft onverminderd niet rooskleurig.
Garnalenkotters tot 261 pk behaalden in 2006 een 9 procent hogere opbrengst en het nettoresultaat kwam uit op 7.000 euro per schip. De garnalenvisserij maakt ook in 2007 een goed jaar doo. De prijzen voor garnalen zijn voor het eerst sinds jaren weer op een hoog niveau (enkele tientallen procenten hoger) en er lijkt voorlopig even een eind te zijn gekomen aan de jarenlange malaise voor deze kotters. De besommingen zullen op een fors hoger niveau uitkomen. Vooral de kleinere garnalenkotters zullen het jaar 2007 met winst af kunnen sluiten. Het totale aanvoervolume garnalen komt waarschijnlijk iets lager uit.
De twinrig- en snorrevaadvisserij lijken in 2007 net als in 2006 weer redelijke tot goede resultaten te behalen, al geeft het LEI in dit stadium nog geen specifieke gegevens hierover.
Oliekosten De afhankelijkheid van de in 2007 weer duurder geworden brandstof blijft een erg belangrijke rol spelen voor het grootste deel van de vloot. De gemiddelde prijs voor gasolie komt in 2007 uit op iets meer dan 41 eurocent, ongeveer even hoog als in het jaar ervoor, maar het lijkt er op dat de prijs nog verder zal gaan stijgen in 2008. In november 2007 bedroeg de prijs voor een liter gasolie al rond 0,50 euro. Bij het huidige verbruik van gasolie door de vloot zal elke verandering van de brandstofprijs met 1 eurocent een brandstofkosteneffect hebben van 2 miljoen euro op jaarbasis. De kosten van brandstof zullen in 2007 voor de gehele vloot minimaal 35% van de opbrengsten bedragen, waarbij verwacht kan worden dat zonder verdere maatregelen of aanpassingen dit percentage nog verder op zal gaan lopen. De in voorgaande jaren ingezette experimenten met alternatieve visserijmethoden waarvan kostenbesparende visserijmogelijkheden werden verwacht (zoals bordentrawl op platvis, sumwing en pulskor) zijn om diverse redenen voorlopig opgeschort of gestopt. Mede daardoor is er volgens het LEI nu voor de korte termijn geen uitzicht op een alternatief voor de boomkorvloot waarmee wel tegen lagere kosten een lonende platvisvisserij zou kunnen worden uitgeoefend.
Handel De uitvoer van vis en visproducten steeg in 2005 met 5 procent tot een bedrag van bijna 2,3 miljard euro. Het volume nam af met 6 procent tot iets minder dan 1 miljoen ton. Bevroren vis vormde met 70 procent de hoofdmoot van het volume, verse en gekoelde vis maakte slechts 6 procent van het totaal uit . De exportwaarde van bevroren vis kwam uit op 45 procent van het totaal, terwijl verse en gekoelde vis goed was voor 15 procent. België, Duitsland, Italië, Spanje en Frankrijk blijven de belangrijkste landen voor Nederland en waren samen goed voor 67 procent van de totale exportwaarde. Zowel de waarde als het volume van visimporten stegen fors; de waarde met 23 en het volume met 15 procent. Er werd 776 duizend ton vis geïmporteerd, voor een bedrag van 1,6 miljard euro.
KWEEK Het aantal viskweekbedrijven in Nederland wordt geschat op 100. Ruim de helft bestaat uit palingbedrijven en een kleine 30 bedrijven kweken meerval. Het totaal volume wordt geschat op minimaal 11.000 ton en de productiewaarde op rond 48 miljoen euro (ongeveer 10 procent van de wildvang). Het lijkt er volgens het LEI op dat in de paling- en meervalkweek in het afgelopen jaar nauwelijks winst is gemaakt.
Een deel van de uitkomsten ten behoeve van deze rapportage is tot stand gekomen in nauwe en prettige samenwerking met diverse accountantskantoren. Het LEI heeft met name de gegevens over de kottervloot van de zuid gecheckt met die van PricewaterhouseCoopers.
|