Van Os presenteert twee ontwerpen mosselschepen
|
zaterdag, 18 februari 2012 |
|
GOES – Hoe ziet ‘het mosselschip van de toekomst’ eruit? Het multifunctionele vaartuig dat zowel bij de mosselzaadinvang als bij de bodemvisserij kan worden ingezet.
Directeur Bastiaan Rigter van Scheepswerf Van Os presenteerde tijdens de vakbeurs Agri & Aqua in Goes twee verschillende concepten: praatplannen van ’werkschepen’, samengesteld op basis van ervaringen in de praktijk. Rigter deed dat namens Machinefabriek Bakker, E&K Electronics en YES Marine Power in Yerseke. De meeste ondernemers in de mosselsector hebben hun bestaande schepen in de achterliggende jaren zodanig aangepast dat het in de praktijk mogelijk is om (op kleine schaal) met invanginstallaties te experimenteren. Zodoende zijn er davits, oogstmachines en telwielen geplaatst. Ruim een handvol bedrijven of consortiums investeerde dieper en richtte de vaartuigen volledig in voor mosselzaadinvang, compleet met hydraulische kranen en spudpalen.
Het nadeel van de bestaande schepen is dat er bij het installeren van de invanginstallaties meestal onvoldoende ruimte is voor de opslag van netten, longlines, touwen, boeien en ankers. Vanaf het hoge werkdek (met veel windvang) is het niet zelden knap lastig om het moederschip langs de invanglijnen te verhalen. Een kleine bijboot is dan handig, mits de weersomstandigheden gunstig zijn. Ook de hijsmogelijkheden zijn meestentijds niet van dien aard dat er optimaal gewerkt kan worden.
,,Wat is er nodig om de opschaling in het kader van het mosselconvenant het hoofd te bieden?’’, stelde Rigter, op basis van bevindingen in de praktijk. In zijn beleving verdient het aandacht om na te denken over een praktisch werkschip met veel ruimte voor opslag en tegelijk een laag werkdek met weinig windvang. Afstandsbesturing vanuit het gangboord is ook een interessant aandachtspunt, dat volgens Rigter het werkklimaat tijdens het verhalen langs de longlines en netten kan vergemakkelijken.
Maar het schip moet ook geschikt zijn om voor de bodemvisserij in te zetten. Om het ‘praatplan’ compleet te maken presteerde Rigter twee concepten: Een vaartuig met afmetingen van 40 x 9 x 4 meter en een hekkottertype met afmetingen van 33,4 x 9 x 1 meter. In de 40 meterkotter is een opslagruim van 220 kuub geprojecteerd, goed voor 1.540 mosselton of 60 big bags. Dat ontwerp kan zowel met een traditionele mast en vier bokken als met hydraulische visarmen worden uitgerust. De ontworpen hekkotter heeft een laadcapaciteit van 124 kuub, waarmee 980 mosseltonnen of 122 big bags vervoerd kunnen worden. De beoogde diepgang van beide vaartuigen bedraagt één meter.
Op vragen uit de zaal antwoordde Rigter dat er aandacht wordt geschonken aan beschermkappen rondom de schroeven en roeren, rekening wordt gehouden om via de Noordzee naar en van de Waddenzee te kunnen varen en een breedte van negen meter vooralsnog de meest gewenste afmeting lijkt.
|
| |