Tevens verankeringsplaatsen voor larven
|
Oesterriffen tegen zandhonger |
|
zaterdag, 02 oktober 2010 |
|
Onderaan de Gouweveersedijk wordt een rif aangelegd waarmee de golfslag wordt ingedamd en sediment ingevangen. Het strak aangelegde rif krijgt een totale lengte van 200 meter.
ZIERIKZEE – Aan de voet van de Gouweveersedijk ten zuidoosten van Zierikzee beginnen de contouren van een kunstmatig aangelegd oesterrif steeds grotere vormen aan te nemen. Het rif wordt tijdens laagwater op werkdagen en bij gunstig tij met 15 meter verlengd door de bemanning van de YE 189 en medewerkers van Nautilus Eco-Civil uit Heiloo. De aanleg van het rif met een maximale lengte van 200 meter moet op 15 oktober afgerond zijn.
Het idee is dat de oesterpopulatie zich vermenigvuldigt via larven die zich op de stabiele ondergrond van oesterschelpen vestigen en uitgroeien tot een levend rif. Daarmee, en dat is ook de belangrijkste reden van het experiment, wordt de golfslag ingetoomd en afkalving van droogvallende platen tegengegaan.
De YE 189 (ex-HA 7) van Simon Schot is ingehuurd om de metalen vlechtwerken te vullen met wilde oesters en uit te zetten op droogvallende platen in de Oosterschelde. Het ijzerwerk ligt geparkeerd op de loswal in Bruinisse.
Volgens onderzoekers is dat hard nodig, omdat sinds de bouw van de Oosterscheldekering per jaar één miljoen kubieke meter zand en slik in de getijdengeulen verdwijnt. Door deze zogeheten zandhonger verdwijnt jaarlijks 50 tot 100 hectare zand en slik onder water.
,,De eerste proeven zijn hoopvol’’, zegt projectleider en senior-onderzoeker Tom Ysebaert van Wageningen IMARES in Yerseke. Vorig jaar werden op de Slikken van Vianen op bescheiden schaal enkele kleine rijen ‘oestermatrassen’ uitgelegd. Inmiddels blijken de schelpen al een stevige verankeringsplek te vormen voor larven. Op termijn verwacht men ook zichtbare resultaten te zien van de aanpak van het erosieprobleem in de Oosterschelde. Niets aan de afkalving van de platen doen zou volgens Ysebaert betekenen dat in het jaar 2075 nog maar nauwelijks 15 procent van de slikken over zijn en slechts een egale ondiepte resteert. Daardoor zouden steeds minder rustplaatsen voor zeehonden en foeragerende vogels ontstaan.
Schipper Simon Schot bedient de loskraan waarmee de wilde oesters door zijn bemanning in het ijzeren vlechtwerk verdeeld worden.
Afgelopen zomer in juli werd op de Slikken van Vianen gestart met de aanleg van twee riffen met een lengte van 200 meter, een breedte van acht tot tien meter en een hoogte van 25 centimeter. Drie weken geleden is een aanvang gemaakt met de aanleg van een rif aan de voet van de Gouweveersedijk. De oestermatrassen, ook wel schanskorven genoemd, hebben afmetingen van 2 x 3 x 0,25 meter. Deze worden na het afvullen (met wilde oesters) met ijzerdraad aan elkaar gehecht.
Het pilotproject wordt uitgevoerd in het kader van het innovatieprogramma Building Nature van de Stichting Ecoshape. Voor het onderzoek naar en de aanleg van in totaal drie riffen is 500.000 euro gereserveerd. Daarbij hoort ook de monitoring tot eind 2012 door wetenschappers van IMARES, het NIOO KNAW, Deltaris en Rijkswaterstaat.
Projectleider Tom Ysebaert toont een overzichtskaart van het Oosterscheldegebied rondom de Gouweveersepolder.
|
| |