|
De bemanning van de BRU 40. Van links naar rechts: Leo Bolier (tweede schipper), Marinus Padmos (schipper), Dennis Feijtel, Johan 't Mannetje en Peter Olree
BRUINISSE – De ombouw van de BRU 40 (ex-HA 24) was een flinke klus, maar het eindresultaat mag er zijn. Dat is de conclusie van de opdrachtgevers Marinus en Rinus Padmos en hoofdaannemer Leon Padmos van Machinefabriek Padmos in Bruinisse. Vorige week vertrok de BRU 40 vanaf de Bruse Padmos-vestiging na een ingrijpende modernisering.
De ‘nieuwe’ mosselzaadinvanger BRU 40 ‘Luctor et Emergo’ is uniek in zijn soort. Vorig jaar februari kwam het voormalige kokkelschip HA 24 ‘Antje’ bij de Bruse moedervestiging van Padmos voor de kant voor een algehele onttakeling. Een megaklus en koren op de molen voor Padmos BV en diverse onderaannemers.
,,De verbouwing was een enorme uitdaging, echt een mooie klus. Er bestaat immers geen voorbeeld van een dergelijke kolossale mosselzaadinvanger. We doen nu eenmaal graag dingen die een ander niet doet. Daar kwam bij dat het schip ook onder klasse van de Scheepvaartinspectie is gebracht’’, zegt junior directeur Leon Padmos tevreden.
Het ruime stuurhuis werd betimmerd door IJtama en de apparatuur is van SAM Electronics.
In juli 2009 was de BRU 40 bedrijfsklaar, maar nog niet af. Zonder dat zich technische problemen voordeden kon de bemanning het mosselzaad van de invangnetten in de Oosterschelde en de Waddenzee vanaf die tijd tot begin november moeiteloos oogsten. Toen werd het schip voorafgaand aan een straal- en schilderbeurt door Schavicast bij Padmos bovendeks opnieuw ontmanteld. Ook werden nieuwe kunststofvloeren gelegd en de puntjes nader op de i gezet voor de Scheepvaartinspectie.
Hoge productie Uitgezonderd de achterste machinekamer is het schip volledig nieuw ingericht. In de voorste machinekamer werd een nieuwe Mitsubishi-generatorset/hydropack van 450 pk geïnstalleerd voor de aandrijving van de beide Fassi-kranen, de boegschroef en de oogstmachine. Twee solide telescopische spudpalen met een lengte van 18 meter elk zorgen er voor dat het ‘mosseleiland’ (40 x 11 meter) zo vast als een dijk ligt als absoluut stilliggen of nauwkeurig manoeuvreren vereist is. Ook de brug en de accommodatieruimtes werden volledig nieuw ingericht.
Op het achterdek is ruimte voor de oogstmachine (niet op de foto), een van de kranen en het vulsysteem naar het voorste laadruim met opslagcapaciteit voor 1.100 (mossel)ton. Op het voorschip is een van de telescopische spudpalen zichtbaar.
Voor de eigenaren van de bodemkweekbedrijven BRU 8 en BRU 36 stond als een paal boven water dat alternatieve mosselzaadinvang kansen biedt. Maar met toepassing van de traditionele mosselkotters kan dat werk volgens hen uitsluitend op kleine schaal worden gedaan. ,,Als bedrijf hebben we serieus ingestoken op een grootschalig alternatief. Als je dan voor een hoge productie kiest, loop je al snel tegen een logistiek probleem aan’’, vertelt schipper Marinus Padmos, overigens geen familie van de scheepsbouwers.
Dat komt omdat het oogsten van consumptiemosselen of een bodemzaadviscampagne vrijwel altijd tegelijk vallen met de momenten dat de invangnetten een schoningsbeurt nodig hebben. ,,We zijn in 2005 met MZI’s begonnen en waren er al gauw achter dat bodemkweken en invangen niet altijd samen gaan. Omdat we drie bodemkweekbedrijven exploiteren hebben we veel grondstof nodig. Om de dalen in de fluctuaties bij de bodemzaadval in de natuur op te vangen zullen we er bovenop moeten zitten. Met onze eigen schepen konden we dat niet aan. Dat wreekte.’’
Aan het materiaal en de motivatie van de bemanning zal het volgens Padmos niet liggen om een succesvolle onderneming te maken van het Emergo-invangproject. Waar Padmos met name mee in de maag zit is de ‘karige ruimte’ voor invanginstallaties. ,,We willen door ontwikkelen en weten nog steeds niet waar we aan toe zijn. De grote vraag is hoeveel hectares we uiteindelijk zullen krijgen. We zullen veel kilo’s moeten invangen om de vaste kosten te kunnen betalen. ‘t Is een gok, maar die niet waagt, die niet wint.’’
Een lust om mee te werken
Een lust om mee te werken
,,Alleen al de spudpalen en de kranen zijn een lust om mee te werken’’, vindt Marinus Padmos. Met de eigenaren van de kweekbedrijven BRU 23, ZZ 5 en ZZ 6 is een clustering gevormd om de invanginstallaties met de BRU 40 te bewerken. Het project werd mede gefinancierd door de provincie Zeeland, het ministerie van LNV en het Europese Visserij Fonds. De bemanning van de BRU 40 koerste eind vorige week naar de Waddenhaven in Den Oever om de invang-attributen voor het nieuwe seizoen in gereedheid te brengen.
Toeleveranciers
De bedrijven die aan de modernisering van de BRU 40 meewerkten zijn:
- Alfa Laval (brandstofseparator)
- Ansul (brandbeveiliging/brandblussers)
- Axces (uitlaatdempers)
- Blokland Non-Ferro (oliekoeler/bunkoeler)
- Gebr. Beije (aanleg cv-installatie)
- BJC Tools (houtknijpers kranen)
- SP Clerx (airconditioning)
- Centa Nederland (diverse flexibele koppelingen)
- Caldic Techniek (generator HCM 434C2 )
- Datema (nautische veiligheidsartikelen)
- Desmi K&R (pompen)
- Duivelands Meubelhuis (meubilair en stoffering)
- Eurosnijtechniek (snij- en brandwerk)
- Econosto (kleppen en afsluiters)
- Hoenderop (stuurstoel)
- Heinen & Hopman (waterdichte aanzuigroosters), (Hi-Safe brandblusinstallatie FM-200)
- IJtama (betimmering)
- De Jong IJmuiden (Fassi kranen F240B)
- Leeuwestein Scheepsinstallaties (spudpaalinstallatie)
- Murre Techniek (mosseloogstmachine)
- Observator Instruments (ruitenwissers)
- Nijhuis Pompen (spoelpomp)
- Plieger (sanitair)
- Padmos (hydraulische installatie
- Mitsubishi motoren, Van der Peijl (luchtcompressor)
- Pekaar Plastics (drinkwatertanks)
- Phoenix Vibration Controls (trillingdempers)
- P. Redert (tuigage)
- Van Wingerden (ramen)
- Smit Neuchätel (vloeren)
- Schavicast (straal- en schilderwerk machinekamers)
- Westhoeve (elektrische installatie)
- SAM Electronics (nautische apparatuur)
- Scheepswerf Van Duivendijk (assistentie ijzerwerkzaamheden)
- Yachtech Bruinisse (accubakken)
- ABN AMRO (assurantiën)
|