Visserijnieuws.nl
Home Nieuws Mesheften redden eidereenden
Abonnement & Advertentietarieven

Geen massasterfte in winter 2005/2006

Mesheften redden eidereenden
woensdag, 10 januari 2007
Het wegen van dood gevonden eidereenden als onderdeel van het onderzoek naar de doodsoorzaak. De eiders gaan een onzekere toekomst tegemoet in de Waddenzee. Foto: AlterraBEEK-UBBERGEN – Ondanks heel weinig mosselen in de Waddenzee en bijna geen spisula meer in de kustwateren is er in de winter van 2005/2006 geen massale sterfte van eidereenden opgetreden. Dat komt omdat veel eidereenden zijn overgestapt op de tegenwoordig erg talrijke Amerikaanse Zwaarschede (ensis), beter bekend als mesheften.

Auteurs Bruno Ens, Romke Kats en Kees Camphuysen proberen in het laatste nummer van het vogeltijdschrift Limosa antwoord te vinden op de vraag waarom in de winter van 2005/2006 een verwachte massale sterfte van eidereenden is uitgebleven. Eidereenden eten verschillende prooidieren, maar tweekleppigen zijn het belangrijkste voedsel. Omdat de schelpdieren in hun geheel worden doorgeslikt en in de maag worden gekraakt is het erg belangrijk dat de schelp vrij dun is en dat er veel vlees in de schelp zit. Mosselen, en vooral die mosselen die altijd onder water liggen, vormen het ideale voedsel voor eiders. Spisula is een ‘marginale’ prooi en kokkels zijn al helemaal geen geliefde prooi.

In de winters van 1999/2000 en 2001/2001 trad massale sterfte op onder de eidereenden. Er gingen in eerstgenoemde winter naar schatting 21.000 eiders dood (op een winterpopulatie van 100.000-150.000). Eiders weken massaal uit naar de kustwateren om zich te goed te doen aan de minder aantrekkelijke spisula. Maar ook dit schelpdier werd inmiddels bevist en was schaars geworden, wat grote sterfte tot gevolg had onder de eiders. Minder onderwatermosselen en minder droogvallende mosselbanken zien de auteurs als de belangrijkste oorzaak van de huidige precaire situatie van de eiders (en ook van de achteruitgang van het broedbestand).

Ook afgelopen winter waren er extreem weinig onderwatermosselen in de westelijke Waddenzee, en sinds 2002 is de spisula in de Noordzeekustzone vrijwel uitgestorven. Hoewel dus alle ingrediënten voor een ramp aanwezig waren, pakte de winter van 2005/2006 voor de eiders echter niet desastreus uit. Er waren in de eerste plaats minder eiders (rond de 80.000) dan gemiddeld in winters (120.000). Er zijn ook steeds meer aanwijzingen dat de ensis, hoewel een minder geschikte prooi, veel eiders door de winter helpt. Mesheften hebben een dunne schelp, wat gunstig is voor de eiders, maar worden ook snel te groot. Het schelpdier kan zich bovendien razendsnel ingraven, tot ver buiten bereik van vogelsnavels. Het is nog niet duidelijk welke eisen de eiders precies aan de mesheften stellen, en hoe de bestanden van dit schelpdier zich blijven ontwikkelen.


Slecht nieuws

De auteurs schetsen een somber beeld van de toekomst voor de schelpdieren en de eiders op het Wad. Dat heeft zeker niet alleen te maken met de schelpdiervisserij, hoewel het risico van overbevissing volgens hen aanwezig blijft. Op het oostelijke Wad herstellen de droogvallende mosselbanken zich enigszins, maar op deze banken vestigt zich ook graag de Japanse oester. De niet te stuiten opmars van de voor vogels oneetbare Japanse oester is ook voor vogelaars een schrikbeeld. De dalende eutrofiëring vermindert de draagkracht van de Waddenzee voor schelpdierbestanden. Ook wordt een toename van predatie van schelpdierbroed door garnalen vastgesteld, wat mogelijk een gevolg is van de toegenomen watertemperatuur.

Voor eiders is funest dat het herstel van hun favoriete voedsel (onderwatermosselen) achterwege blijft of op z’n best heel langzaam gaat. Er zou sprake zijn van een tekort aan geschikt substraat (bestaande mosselbanken!) waar de larven zich kunnen vestigen. Dat zou ook de reden kunnen zijn waarom mosselbanken zich zo langzaam herstellen van zware bevissing.


AANTALLEN

Al sinds de oudheid worden eidereenden intensief geëxploiteerd door de mens. Door de ontvolking van afgelegen kustgebieden door klimaatverslechtering na de vijftiende eeuw kon de eidereend weer toenemen. In Nederland werden in 1906 (weer) de eerste broedgevallen vastgesteld en inmiddels zijn er zo’n 10.000 broedparen rond de Waddenzee. Het aantal overwinteraars steeg vanaf de jaren zestig van enkele vogels naar 100.000-150.000 vogels. Het merendeel is te vinden in de westelijke Waddenzee (bij de mosselkweekpercelen en de wilde onderwatermosselbanken).

 
 
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 

Wat staat de garnalenvissers te doen?





Resultaten

<<  Februari 2012  >>
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
    1  2  3  4  5
  6  7  812
13141516171819
20212223242526
272829    

Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
Banner
webadvertentie
 
GBU grafici