|
Aandacht nodig voor quotawaarde bij opvolging |
|
vrijdag, 10 februari 2006 |
|
URK/EMMELOORD - Het heeft geen zin om plannen te ontwikkelen voor herstructurering van de visserij als ook de opvolgingsproblematiek niet wordt opgelost. Met name betreft dat de waarde van de quota.
Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt en Meindert Hoefnagel van Accountantskantoor Romkes hebben daarover een dringend schrijven gericht aan directeur Albert Vermuë, tevens voorzitter van de Task Force Duurzame Noordzeevisserij. Opvolging van visserijondernemingen wordt vaak financieel onmogelijk gemaakt doordat de fiscus ervan uitgaat dat de prijs van aangekochte kilo’s vis bij bedrijfsopvolging ook vertaald kan worden naar de rest van het contingent van de rederij. Daardoor ontstaan waarderingsverschillen van vele miljoenen euro’s. De fiscus wenst daar schenkingsrecht en - in het geval van een BV - dividendbelasting over de heffen, wat al met al ook in de miljoenen kan lopen. Drs. Hoefnagel - die recentelijk samen met collega drs. Hein Bakker AA het Urker accountantskantoor Romkes heeft overgenomen - heeft de afgelopen jaren een rekenmodel ontwikkeld voor de waardering van quotum bij bedrijfsopvolging. Daarvoor is een databestand van tienduizenden (quota)prijsgegevens gebruikt. Accountantskantoor Romkes had met de Inspectie Zwolle zelfs schriftelijk overeenstemming over het gebruik van de zogeheten discountend cashflow-methode (DCF), zoals dat middels een uitzondering in de Successiewet ook is toegestaan in de agrarische sector. Na personeelswisselingen is de Belastingdienst echter een andere visie toegedaan. ,,Zij willen echter wel (opnieuw) tot een oplossing komen door sectorbreed afspraken te maken’’, aldus Hoefnagel en Nooitgedagt. Concreet wordt Vermuë gevraagd om samen afspraken te maken met het Ministerie van Financiën. De Nederlandse Vissersbond noemt het te gek voor woorden dat de landbouw aparte regelingen kent voor bedrijfsopvolging, waar de visserij geen gebruik van zou kunnen maken.
|
| |